Ik zoek een

meststof

bevattende

nutrient

voor

gewas

Zoeken
  • Stikstof (N)
    714.0067
    N
  • Ion-vorm
  • Anion/Kation
    NO3-
  • Blad
  • Bron: Lucht
  • > 40 mm rond de wortel

Stikstof

(N)

Net als koolstof speelt stikstof een fundamentele rol bij de samenstelling van organisch materiaal. Hoewel 78% van de lucht die we inademen stikstof is, kan aan onze behoefte aan stikstof enkel worden voldaan via plantaardige of dierlijke eiwitten. In tegenstelling tot peulvruchten hebben planten enkel toegang tot stikstof op het einde van het mineralisatieproces van organisch materiaal. De landbouw onderging meer dan een eeuw geleden een ingrijpende verandering door de ontdekking van het ammoniak productieproces, door het combineren van stikstof in de lucht en waterstof (Haber-Bosch-proces, Nobelprijzen van 1918 en 1931). Zonder dergelijke minerale stikstof, zou de wereldwijde landbouwopbrengst slechts de helft zijn.
N
Plant
Plant
Bodem
Bodem
Gewassen
Gewassen
Oorsprong
Oorsprong
Sleutelelementen
Sleutelelementen
BELANG VOOR DE PLANT
Samen met andere elementen (koolstof, zuurstof, stikstof, enz.), is stikstof een onderdeel van de aminozuren die eiwitten vormen. Stikstof is een essentieel element voor celvorming en fotosynthese (chlorofyl). Het is de belangrijkste factor bij plantengroei. Het beïnvloedt de kwaliteit, voornamelijk inzake het eiwitgehalte van planten.
OPNAMEMECHANISMEN
Stikstof wordt voornamelijk opgenomen door planten in de vorm van in de bodemoplossing opgelost nitraat (NO3-). Organische stikstof, ammonium- of ureumstikstof in de bodem wordt geleidelijk omgezet in de nitraatvorm als resultaat van verschillende microbiële en fysisch-chemische processen. Door water op te nemen uit de bodem om verdampingsverliezen te compenseren, absorbeert de plant passief de nitraten die aanwezig zijn in de stijgende sapstroom naar de bladeren, waar ze worden gereduceerd en hervormd in organische vorm en vervolgens opnieuw worden verdeeld in de plant.
INTERACTIES, SPECIFICITEIT
Stikstof is over het algemeen de eerste factor die plantengroei beperkt, behalve bij peulvruchten, de enige botanische familie die in staat is om stikstof rechtstreeks op te nemen uit de lucht door symbiose met bacteriën die aanwezig zijn in wortelknolletjes.
De hoeveelheid en kwaliteit van de humus en de toevoer van vers organisch materiaal zijn de belangrijkste natuurlijke bronnen van stikstof in de bodem. De mineralisatie van dergelijke organische stikstof en de ammonium- en ureumvormen van minerale meststoffen hangen af van de biologische activiteit van de bodem (in het bijzonder nitrificerende bacteriën), of, met andere woorden, van de zuurtegraad, de verluchting, de vochtigheidsgraad en de temperatuur van de bodem, die in variërende mate bevorderlijk zijn voor de ontwikkeling ervan. De hoeveelheid minerale stikstof aanwezig in de bodem is zeer laag in vergelijking met die in organische vorm. In gematigde klimaten wordt 1 tot 2% van de organische reserves omgezet in de minerale vorm die beschikbaar is voor de plant.

Ammonium, nitraat en ureum zijn de drie vormen van stikstof (N) die in meststoffen voorkomen. Terwijl nitraat (NO3-) en ammonium (NH4+) onmiddellijk na het toedienen beschikbaar zijn voor de gewassen (1), moet ureum omgezet worden (hydrolyse, 7) in NH4+.

De voorkeur gaat uit naar stikstof in nitraatvorm, omdat het wateroplosbaar is en daardoor onmiddellijk beschikbaar is voor de plant (2). Het bevordert de opname van kationen als K+, Ca2+ en Mg2+. Een deel van het ammonium kan ook rechtstreeks worden opgenomen door de gewassen (3) en afhankelijk van de bodemeigenschappen wordt NH4+ ook omgezet in NO3- (nitrificatie, 4).

Denitrificatie is een proces waarbij NO3- gereduceerd wordt tot nitriet (NO2-), stikstofoxide (NO), distikstofoxide (N2O) en N2. Deze reactie wordt veroorzaakt door anaerobe bacteriën en komt daardoor voor in anaeroob bodemmilieu, en komt daarom ook zelden voor in goed verluchte landbouwgrond. Als anion is NO3- ook vrij mobiel in de bodem en kan het uitgespoeld worden bij overvloedige regenval (uitspoelen, 9). Daarom is het belangrijk om grote hoeveelheden stikstofmeststof op te splitsen in meerdere kleinere dosissen en om op het juiste moment te bemesten, wanneer de behoefte van het gewas groot is.

De micro-organismen in de bodem verbruiken vooral NH4+ maar ook NO3- (immobilisatie, 6). De aanwezigheid van koolstofrijk en stikstofarm organisch materiaal (bijvoorbeeld stro) bevordert immobilisatie. Dit aandeel van N is echter niet verloren en wordt later beschikbaar voor de plant wanneer biomassa met inbegrip van de microbiële biomassa ontbindt (mineralisatie, 6).

Nadat ureum ((NH2)2CO) toegediend aan de bodem, ontbindt het in twee moleculen ammoniak (NH3) en één molecule koolstofdioxide (CO2). Het gasvormige NH3 kan ontsnappen in de atmosfeer (vervluchtiging, 8). De reactie van NH3 met water (H20) om NH4 te vormen geeft een hydroxide-ion (OH-) vrij en verhoogt dus de pH van de grond. Ammoniakvervluchtiging is bijzonder hoog in alkalische bodems (pH < 7). Daarvoor bevordert deze tijdelijke toename van de pH van de bodem hoge verliezen door vervluchtiging, zelfs op zure grond.

Gevoeligheidstabel

Gevoeligheidsmeter:
  • Zeer

  • Tamelijk

  • Matig

N
Spring Wheat
Winter Wheat
Grain Maize
Silage Maize
Potato
Fodder Grass
Sunflower
Fiber Flax
Winter Rapeseed
Cabbage
Carrot
Lettuce
Peas
Beans
Tomato
Sugar Beet
Apple
Pear

Gevoeligheidstabel & Symptomen

Gevoeligheidstabel

Stikstof is een voedingsstof die onontbeerlijk is voor de groei van planten, omdat het planten in staat stelt om eiwitten, chlorofyl, enzymen en vitaminen aan te maken. Het is dan ook de belangrijkste factor voor plantengroei en bepaalt ook de kwaliteit ervan. 

Wanneer de stikstoftoevoer is verstoord, zijn de verschillende delen van de plant kleiner en daalt het rendement. 

Voor granen is stikstof noodzakelijk om een hoog eiwitgehalte te bereiken: naargelang de variëteit is het de belangrijkste hefboom om het eiwitgehalte te verhogen. Alle variëteiten van zachte tarwe worden negatief beïnvloed door stikstoftekort. De verliezen hangen af van de intensiteit van het tekort en de duur ervan (totale tijd van het tekort en periodes van de betrokken cyclus). Een vroeg tekort bij het begin van het halmschieten is het schadelijkst voor het rendement, de stikstofbehoefte is dan het grootst. 

Symptomen

Onvoldoende stikstoftoevoer leidt tot een beperkte eiwitsynthese, wat een schadelijk effect heeft op de groei en ontwikkeling van planten.

Planten met stikstoftekort vertonen vergeling door onvoldoende chlorofylsynthese en de verdroging van oudere bladeren. 

Teveel & Behoeften

Teveel

Overmatige stikstofbemesting is niet wenselijk, noch vanuit het oogpunt van de landbouwer (risico op legeren), noch vanuit het oogpunt van de kosten (verspilling) en milieubescherming (risico op uitspoeling).

Daarom werden tal van instrumenten ontwikkeld om de aan te brengen dosis te berekenen voor een optimaal rendement. Daarom beveelt Borealis L.A.T het gebruik van N-Pilot® aan.

Behoeften

De stikstofbehoeften van de plant hangen af van de soort, de variëteit en het beoogde rendement. Ze hangen samen met het beoogde biomassaniveau, dat het economisch resultaat van het gewas bepaalt.

Stikstofbemesting kan exact worden berekend op basis van de behoeften van de gewassen en de door de bodem verschafte hoeveelheid.


GEHALTE IN DE BODEM

De meting van minerale stikstof op het einde van de winter door bodemanalyse maakt het mogelijk om de beschikbaarheid van het element voor de plant te beoordelen voordat de vegetatie herbegint in het begin van de lente, een periode van intense opname. Tijdens dit seizoen helpen besluitvormingsinstrumenten de stikstofdosis aan te passen.

GEHALTE AAN ORGANISCH MATERIAAL
De belangrijkste vorm van stikstof in de bodem is de organische vorm, en het gehalte aan organisch materiaal in de bodem is de hoofdindicator van het mineralisatiepotentieel van de stikstof. Er worden modelleringsinstrumenten ontwikkeld om de dynamiek van de stikstoftoevoer in te schatten.
TEXTUUR
Doorlatende texturen van het zanderige type lopen het hoogste risico op stikstofuitspoeling.
KLIMAAT
Regenval in de winter leidt tot verliezen door uitspoeling, en de hoeveelheid en de frequentie van de regenval bepaalt het risico op verliezen. Droge omstandigheden en een teveel aan water beperken de beschikbaarheid van stikstof, ofwel door een lage opname door de plant of wegens de lage mineralisatie van organisch materiaal. Opmerking: de succesvolle toepassing van stikstof wordt sterk bepaald door een voldoende grote hoeveelheid water na de toepassing; over het algemeen is 10 tot 15 mm water vereist om de korrels goed te laten oplossen. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan het risico op ammoniakvervluchtiging.
pH
In zure bodems is de activiteit van nitrificerende bacteriën trager, wat leidt tot een beperkte mineralisatie.