Ik zoek een

meststof

bevattende

nutrient

voor

gewas

Zoeken
  • Bodemtextuur
    middelzware bodem, zonder stagnerend water
  • Minimum temperatuur
    Groei vanaf 4 °C
  • pH
    Verdraagt licht zure tot enigszins alkalische bodems; optimale pH: 6,5-7,2
  • Waterbehoefte
    Min. 300-400 l/m2
  • Vernalisatie
    40 dagen bij 0-1 °C
  • Plantdichtheid
    Afhankelijk van datum en soort Meerdere rijen 250-350 korrels/m2 Twee rijen 300-375 korrels/m2
  • Zaaidiepte
    2-4cm
Wintergerst
Gerst wordt opgedeeld in twee- en meerrijige rassen. Op locaties met een hoge ziektedruk kunnen de eigenschappen van hybride gerstrassen voordelen bieden. Wintergerst heeft een voorkeur voor middelzware gronden met een gepaste watervoorziening. Door de vroege opbrengstvorming, in het najaar (50%) en het vroege voorjaar, wordt ze ook geteeld op droge locaties, omdat ze wintervocht beter kan benutten dan bijvoorbeeld tarwe.
Hoofdzaken
  • Met ingewerkt stro: dosis N van 30 kg N/ha in het najaar door middel van NPK
  • een neutrale pH
  • tweerijige rassen: intensievere eerste dosis
  • eerrijige rassen: intensere dosis bij het doorschieten
Algemene informatie
Algemene informatie
Vraag naar voedingsstoffen
Vraag naar voedingsstoffen
Bemesting
Bemesting
WINTERGERST: EEN VEELEISEND GEWAS
Wintergerst moet worden gezaaid tijdens droge teeltomstandigheden en op een niet verdichte bodem. Ze reageert heel gevoelig op bodemverzuring. Alle onkruid dat moet worden bestreden, ontkiemt in het najaar, dus wordt bij wintergerst herbicide gebruikt vóór de overwintering.

Er wordt ingezaaid tussen 15 september en 10 oktober. Meerrijige rassen verdragen beter latere teeltperioden, minder heoveelheid zaaizaad, presteren beter in minder goede landbouwgebieden met een minder gunstig klimaat. 
Bij tweerijige rassen worden ongeveer 320-350 kiemkrachtige korrels/m² gezaaid rond 25 september om een gewasdichtheid van 700-850 aren/m² te bekomen. Minder dan 300 korrels/m² veroorzaakt tekorten bij tweerijige rassen. Bij meerrijige rassen volstaat een gewasdichtheid van 450-600 aren/m², dus kunnen daarbij 280-320 korrels/m² worden ingezaaid. Bij meerrijige rassen wordt deze lagere gewasdichtheid gecompenseerd door een hogere opbrengst per aar. Voor een goede ontwikkeling in het najaar moeten de nodige hoeveelheden stikstof beschikbaar zijn. 
Wintergerst heeft zijn voedingsstoffen al in de herfst nodig
Wintergerst neemt van alle granen de meeste voedingsstoffen op in het najaar (ongeveer 30 kg N). Intensieve grondbewerking (met een ploeg of cultivator) of voedergewassen zoals soja en andere bladgewassen voorzien genoeg stikstof. Als aan deze voorwaarden niet wordt voldaan of er niet-afgebroken stro (bv. van maïs) in de grond aanwezig is, is een stikstofopname van 30 kg N/ha in het najaar (bij voorkeur d.m.v. NPK) effectief gebleken. Het gebruik van organische mest is bijzonder geschikt gebleken vóór de teelt en/of in het vroege voorjaar. Wintergerst is erg gevoelig voor calciumtekorten. Vooral op locaties met een lage pH-waarde vormt een snelwerkende vorm van kalk – ingewerkt op zaainiveau – een optimale voorbereiding. In de behoefte van wintergerst aan kalium en fosfor wordt perfect voorzien door NPK- of PK-meststoffen in het najaar of door een meststof met meerdere voedingsstoffen en een hoog stikstofgehalte bij het begin van de vegetatie. De hoeveelheid wordt gebaseerd op de geëxporteerde hoeveelheden.
Onttrekkingshoeveelheden voor wintergerst

Element

Opname

(Eenheid/ ton productie)

Verwijdering

(Eenheid/ ton productie)

Gevoeligheid voor gebrek

N

18

15

Erg gevoelig

P2O5

7

6.5

Erg gevoelig

K2O

12

5.5

Gevoelig

MgO

1.6

1.3

Gevoelig

SO3

3.5

2.9

Gevoelig

TE

As needed up to 500 g/ha manganese (Mn)

In de tabel worden de opname en onttrekking per ton opbrengst wintergerst weergegeven. Wintergerst heeft volgens deze gegevens vooral nood aan stikstof, fosfaat en kalium. Voorbeeld: Een opbrengst van wintergerst van 8 t/ha neemt 144 kg N/ha op. Als een zekere hoeveelheid stikstof uit de bodem wordt gehaald (bv. 30 kg N/ha), moet nog 110 kg N/ha d.m.v. bemesting worden voorzien. Bij de oogst zou 120 kg N/ha aan het veld worden onttrokken.
Stikstof wordt toegediend aan wintergerst in twee of doorgaans drie bemestingen in het voorjaar, om een gerichte en aangepaste voorziening te verzekeren en stikstof- of opbrengstverliezen te vermijden. Op sommige plaatsen kan in het najaar al bemesting nodig zijn.

Wintergerst levert haar opbrengst dankzij voldoende intensief uitstoelen in het najaar. Die is vooral belangrijk bij tweerijige rassen. Tot 50% van de latere gerstopbrengst hangt ervan af. Meerrijige gerst levert een veel hogere opbrengst per aar.

Opbrengstparameters voor wintergerst:
aren/m²;
korrels/aar;
korrelgewicht (DKG).

Eerste keer toedienen in het voorjaar

Tweede keer toedienen in het voorjaar

Derde keer toedienen in het voorjaar

Eerste keer toedienen in het voorjaar

Eerste dosis in het voorjaar bij het begin van de vegetatie De eerste dosis in het voorjaar vormt meestal de belangrijkste bemesting en hoort zo vroeg mogelijk in het voorjaar te worden toegediend opdat de opbrengst er ten volle bij gebaat zou kunnen zijn. In dit geval zijn hoeveelheden van 50-80 kg N/ha gepast. Bij tweerijige rassen is deze dosis belangrijker dan bij meerrijige rassen om de gewasdichtheid en het aantal stengels met aren (plantdichtheid) te maximaliseren. Zwakkere gewassen moeten in het bijzonder worden versterkt door passende bemesting. Enkel bij gewassen die beter dan gemiddeld presteren dankzij goede voorafgaande gewassen met een snelle werking in het voorjaar of bij meerrijige rassen is het verantwoord om later of in kleinere hoeveelheden te bemesten. Bij brouwgerstrassen ligt de nadruk vooral op deze dosis en is die dan ook hoger (70-90 kg N/ha).

Tweede keer toedienen in het voorjaar

Dosis bij het begin van het doorschieten De tweede dosis (40-60 kg N/ha) stemt overeen met de hoeveelheid van de eerste. Bij meerrijige rassen is ze hoger, aangezien daarbij elke afzonderlijke aar al instaat voor een aanzienlijk deel van de opbrengst. Er wordt ongeveer vier weken na de eerste keer toedienen in het voorjaar bemest, na het begin van de lengtegroei (eind maart) in EC 30-31 (spruiten). Bij brouwgerstrassen wordt de hoeveelheid van deze dosis beperkt zodat het uiteindelijke eiwitgehalte niet onnodig hoog is.

Derde keer toedienen in het voorjaar

Dosis in het vlagbladstadium Om de graanvorming te optimaliseren en de eiwitsynthese te bevorderen, kan bij meerrijige voedergerst een aanvullende dosis van 30-40 kg N aan de orde zijn. Bij brouwgerst mag in geen geval een dergelijke dosis worden toegediend, omdat ze door het hoge eiwitgehalte de geschiktheid voor het brouwen in gevaar brengt.