Ik zoek een

meststof

bevattende

nutrient

voor

gewas

Zoeken
  • Bodemtextuur
    middelzware bodem, zonder stagnerend water
  • Minimum temperatuur
    Groei vanaf 5 °C
  • pH
    Verdraagt licht zure tot enigszins alkalische bodems; optimale pH: 6,0-7,0
  • Waterbehoefte
    min. 250 l/m²
  • Vernalisatie
    -
  • Plantdichtheid
    Afhankelijk van type en toepassing 80-100 zaai- of plantuien/m²
  • Zaaidiepte
    2-3cm
Ui
Warme gronden die rijk zijn aan humus en voedingsstoffen bieden goede groeiomstandigheden voor de ui. Koude en natte locaties en een hoog kleigehalte of veel stenen bemoeilijken de teelt en de oogst. De ui is heel geschikt voor zanderige gronden en lichtere löss- of grindbodems, maar voldoende neerslag is wel belangrijk. Doordat er geen uitgesproken wortelsysteem aanwezig is, kunnen de hoeveelheden voedingsstoffen en water in de bodem slechts in beperkte mate worden benut. 
Hoofdzaken
  • De bemesting van uien gebeurt in drie fasen, waarbij het essentieel is dat N afzonderlijk wordt toegediend
  • in het begin voldoende fosfor voorzien
  • kaliumbemesting combineren met elke toediening van N!
  • gevoeligheid voor chloride in acht nemen!
Algemene informatie
Algemene informatie
Vraag naar voedingsstoffen
Vraag naar voedingsstoffen
Bemesting
Bemesting
-
Uien worden op verschillende manieren en met verschillende doelen geteeld. Het voornaamste onderscheid wordt gemaakt tussen de teelt van zaai- en plantuien en tussen de productie van uien voor opslag en bosuien. 80-100 planten per m² vormen de basis van de opbrengst. Er zijn tal van verschillende rassen of soorten voor verschillende teeltperioden, teeltmethoden en toepassingen.
Bij zaaiuien wordt de belangrijkste uitdaging gevormd door de extreem lange jeugdfase, waarin de plant gevoelig is en slecht concurreert. Bij de plantuien wordt die vermeden, maar ze zijn minder geschikt voor bewaring en kosten meer.
Te hoge hoeveelheden stikstof bij de bemesting van uien kunnen de gevoeligheid voor ziekten vergroten.
Droge opslagomstandigheden en een lage schimmelinfectiedruk tijdens de oogst zijn optimaal voor een goede houdbaarheid. Op droogkosten kan worden bespaard als de uien enkele dagen kunnen narijpen op het veld voordat ze worden verzameld.
Zaai- en plantuien hebben behoefte aan gemakkelijk beschikbare voedingsstoffen
Uien hebben vooral een optimale stikstofbemesting en een goede voorziening van kalium nodig. Ook kalium en zwavel mogen niet uit het oog worden verloren. Fosfor speelt niet alleen een rol tijdens de groei, maar versnelt de ontwikkeling van de gevoelige jonge planten en heeft een positieve invloed op de wortelontwikkeling. Vooral op droge locaties hebben uien genoeg kalium nodig om de waterhuishouding te regelen. Kalium speelt ook een doorslaggevende rol bij het verbeteren van de houdbaarheid. Ook zwavel is belangrijk voor uien. Chloridevrije kalimeststoffen op basis van sulfaat kunnen voorzien in de matige zwavelbehoefte van ca. 25-30 kg/ha (62,5-75 kg SO3). Calcium en magnesium verbeteren de gezondheid van de plant en, samen met kalium, ook de houdbaarheid van de uien.
Opname- en exporthoeveelheden voor uien

Element

Opname

(Eenheid/ ton productie)

Verwijdering

(Eenheid/ ton productie)

Gevoeligheid voor gebrek

N

3.5

1.8

Erg gevoelig

P2O5

2

0.8

Erg gevoelig

K2O

3.6

2.4

Erg gevoelig

MgO

0.8

0.25

Gevoelig

SO3

0.8

0.5

Erg gevoelig

TE

Boron (B) and Zinc (Zn) when required

In de tabel worden de opname en afgifte per ton uienopbrengst weergegeven. Uien hebben volgens deze gegevens vooral stikstof en kalium nodig. Er moet ook voldoende fosfor, zwavel, magnesium en calcium aanwezig zijn. Voorbeeld: Een uienopbrengst van 50 t/ha neemt 175 kg N/ha op. Als een bepaalde hoeveelheid N uit de bodem wordt opgenomen (bijvoorbeeld 25 kg N/ha), dan moet 150 kg N/ha worden toegevoegd d.m.v. bemesting. Bij de oogst zou 90 kg N/ha aan het veld worden onttrokken.
Uien correct  bemesten
De planten hebben de voedingsstoffen in geconcentreerde vorm nodig om de uien te vormen. Fosfor bij het begin verbetert de ontwikkeling van de jonge plant en de wortelvorming. Kalium is belangrijk voor de waterabsorptie, de gezondheid van de schil en de houdbaarheid. De ui is een chloridegevoelige cultuur, dus moeten voor giften in het voorjaar chloridevrije kaliummeststoffen worden gebruikt.
Bij een bodem met een goede K- en P-voorziening (vanaf voorzieningsniveau C) kunnen de afgegeven hoeveelheden P en K buiten beschouwing worden gelaten. Bij grotere hoeveelheden P en K kan niet meer opbrengst worden verwacht.

Splitsing van giften bij de bemesting van uien
De hoeveelheid stikstof die wordt toegediend bij de bemesting van uien dient te worden opgesplitst. Het is vooral de bol die tijdens de vormingsfase een grote behoefte aan voedingsstoffen heeft, waardoor een overmatige hoeveelheid tijdens de lange, gevoelige jeugdfase geen voordelen, maar wel grote verliezen met zich meebrengt. In het begin wordt de nadruk gelegd op fosforbemesting en bij elke dosis wordt kalimeststof gebruikt. Magnesium en calcium dragen bij aan een goede bodemstructuur bij het kalken, vóór het zaaien van de uien. 1.500 kg CaO/ha wordt beschouwd als de richtlijn.

Opbrengstparameters voor uien:
aantal planten/m²;
bolgewicht.

De opbrengstvorming is het resultaat van een optimale verdeling van ca. 80-90 planten per m² en bijgevolg een sterke, gezonde bol. Daarvoor moet ong. 175 kg N/ha worden voorzien. Er moet voldoende kalium, calcium, magnesium en zwavel worden voorzien (zie onttrekkingstabel) voor bewaarbare uien met een gezonde, sterke kleur en een karakteristieke scherpe smaak. Uien hebben een relatief uitgesproken wortelsysteem, dus moeten voedingsstoffen en water bij regelmatige giften direct worden toegediend. Als te laat met stikstof wordt bemest, kan dat leiden tot de vorming van een grotere hoofdknop.

Eerste keer toedienen in het voorjaar

Tweede keer toedienen in het voorjaar

Derde keer toedienen in het voorjaar

Eerste keer toedienen in het voorjaar

Een derde van de totale behoefte aan stikstof De ui heeft aan het begin van zijn ontwikkeling slechts een deel van de totale hoeveelheid stikstof nodig. Om uien te zaaien, of het nu zaai- of plantuien zijn, mag daarom niet meer dan een derde van de totale behoefte aan N-meststof (ca. 50-60 kg N/ha) worden toegediend. Vanwege de grote behoefte aan fosfaat en kalium zijn chloridevrije complexe meststoffen met een groot aandeel kalium de beste keuze voor de eerste toepassing.

Tweede keer toedienen in het voorjaar

Het tweede derde van de vereiste N in het 3- tot 4-bladstadium In het 3- tot 4-bladstadium wordt nogmaals N-bemesting toegediend. Nog een derde van de hoeveelheid N-meststof, gecombineerd met bemesting met kalisulfaat of opnieuw in de vorm van een chloridevrije NPK-meststof is optimaal.

Derde keer toedienen in het voorjaar

Laatste derde van de vereiste N 4 weken na de tweede keer toedienen 4 weken na de tweede bemesting wordt voor het laatst bemest met stikstof om een constante voorziening te garanderen voor de vorming van de uien. Voor een optimale rijping dient nogmaals kalium te worden toegediend tijdens de bemesting van de uien. Denk eraan: Zwavel in de ui verhoogt de sterkte van de schil en zo de weerstand tegen ziekten; de eerste twee NPK-bemestingen voorzien in de nodige hoeveelheid zwavel. Typische scherp smakende en goed bewaarbare uien worden verkregen met de juiste bemestingsstrategie.