Ik zoek een

meststof

bevattende

nutrient

voor

gewas

Zoeken
  • Bodemtextuur
    middelzware tot zware bodem die rijk is aan voedingsstoffen
  • Minimum temperatuur
    kiemtemperatuur boven 15 °C
  • pH
    in neutrale zone, optimale pH: 7,0
  • Waterbehoefte
    min . 600 l/m2 of geïrrigeerd
  • Vernalisatie
    generatief in het 2de jaar
  • Plantdichtheid
    afhankelijk van type en gebruik verse groenten voor de markt: 40.000-60.000 planten/ha kool voor industriële verwerking: 27.000-33.000 planten/ha
  • Zaaidiepte
    1,5-3 cm bij direct zaaien
Kool
Diepe, middelzware tot zware, humusrijke leemgronden en een lichte bodem met een hoog grondwaterpeil zijn bijzonder geschikt voor de teelt van wittekool. Een vruchtwisseling van minstens vier jaar is vereist waarin geen kruisbloemige planten (e.g. koolzaad, mosterd) of andere soorten kool worden geteeld. Bovendien mag er niet worden geteeld in zones met bietencysteaaltjes.
Wittekool gedijt het best bij een evenwichtige temperatuur en een hoge luchtvochtigheid zonder erg hoge maximumwaarden. Gezien het lange groeiseizoen zijn een zachte herfst en lichte nachtvorst optimaal.
Hoofdzaken
  • Grote behoefte aan water
  • Grote behoefte aan kalium
  • rote opbrengstverschillen tussen verse groenten en gewassen voor industriële verwerking – bemesting aanpassen
  • twee (tot drie) keer NPK of NPK plus N aanbrengen
Algemene informatie
Algemene informatie
Vraag naar voedingsstoffen
Vraag naar voedingsstoffen
Bemesting
Bemesting
KOOL: EEN GEWAS MET EEN LANGE GESCHIEDENIS
Er is een verschil tussen kool die wordt geteeld om als verse groente te worden verkocht, en gewoonlijk wordt aangeplant, en wittekool voor industriële toepassingen, die deels direct wordt gezaaid. Het zaaien gebeurt van eind april tot midden mei. Om risico's te minimaliseren (bv. mogelijkheid van doorschieten of aantasting door aardvlooien), worden 3 soorten zaden gezaaid in bakken van drie blokken met een onderlinge eindafstand van 5 cm en worden ze met een handhak gescheiden in het 4- tot 6-bladstadium. Welk ras wordt gekozen, hangt af van het beoogde doel (industriële verwerking of verkoop als verse groente) en de geplande leveringsperiode.

Irrigatie is doorgaans nodig wanneer de verwachte opbrengst groter is dan 1.000 dt/ha. De behoefte aan water is het grootst tijdens de opbrengstvorming (midden juli tot midden september). Om de gewassen te beschermen, worden ze 7 tot 14 keer behandeld, afhankelijk van het intensiteitsniveau. Doorgaans worden ze één- of tweemaal met herbiciden, éénmaal met fungiciden en bij de overige behandelingen met insecticiden besproeid.
Tijdens de aanloopfase is de omvang van de schade door aardvlooien van kritiek belang. Daarna worden melige koolluis en verschillende soorten rupsen bestreden naarmate de plant verder ontwikkelt.
De voedingsstoffenbehoefte van kool varieert sterk en hangt af van de verwachte opbrengst, hoe de kool zal worden gebruikt en wanneer ze zal worden geoogst. De streefwaarde voor N bij verse groenten voor de markt en de zomeroogst is 210 kg N/ha, terwijl die voor kool voor industriële verwerking met een opbrengst van 120 t/ha 340 kg N/ha bedraagt. Merk voor de daaropvolgende gewassen op dat grote hoeveelheden voedingsstoffen op het veld achterblijven door oogstrestanten. Ongeveer 90 kg N/ha, 30 kg P2O5 /ha, 100 kg K2O ha en 25 kg MgO/ha kan bij de volgende oogst worden gerekend, afhankelijk van de kool. Deze hoeveelheden kunnen aanzienlijk hoger liggen als er meer organisch materiaal op het veld blijft liggen ten gevolge van marktregulering.
Geëxporteerde hoeveelheden voor wittekool

Element

Opname

(Eenheid/ ton productie)

Verwijdering

(Eenheid/ ton productie)

Gevoeligheid voor gebrek

N

2.8

2.1

Erg gevoelig

P2O5

1

0.8

Gevoelig

K2O

3.8

3.2

Erg gevoelig

MgO

0.5

0.3

Gevoelig

SO3

3.5

2.9

Gevoelig

TE

200 g/ha boron (B)

In de tabel worden de opname en afgifte per ton opbrengst wittekool weergegeven. Wittekool heeft vooral nood aan stikstof, fosfaat en kalium. Voorbeeld: Een opbrengst van kool voor industriële verwerking van 120 t/ha neemt 336 kg N/ha op. Indien een bepaald deel van de stikstofvoorziening (bv. 36 kg N/ha) uit de bodem zou worden onttrokken, zou nog 300 kg N/ha moeten worden toegevoegd d.m.v. bemesting. Bij het oogsten zou 252 kg N/ha aan het veld onttrokken worden.
pH

Eerste toepassing

Tweede (en derde) keer toepassen

Eerste toepassing

Meststoffen met stikstof, fosfaat en kalium vóór het planten: De basisvoorziening stikstof verschilt naargelang de manier waarop wordt geplant. Bij direct zaaien moet in de regel 60 kg N/ha worden toegediend vóór het zaaien. Wanneer in de vollegrond wordt geplant, moet een grotere hoeveelheid, 100 kg N/ha, worden toegediend, aangezien de onmiddellijke behoefte van de plant aan stikstof op dit moment al aanzienlijk groter is. Voor vroeg planten onder een vliesdoek is een basisbemesting met 150-160 kg N/ha gebruikelijk. In een bodem die rijk is aan voedingsstoffen wordt 60-90 kg P2O5 /ha toegediend, afhankelijk van het opbrengstniveau. In vergelijking met andere gewassen vereist kool een relatief kleine hoeveelheid fosfaten. Verder kan de bemesting met kalium sterk variëren, van 230 tot 350 K2O /ha, ten gevolge van grote opbrengstverschillen en wordt ze bij grote hoeveelheden dan ook in 2 beurten toegepast. Bij de eerste keer toepassen kan het best een NPK-meststof worden gebruikt. Tegelijk wordt ook in de actuele zwavelbehoefte voorzien.

Tweede (en derde) keer toepassen

Wanneer N-bemesting gebaseerd is op de resultaten voor Nmin, is het 6- tot 8-bladstadium het juiste tijdstip voor bemonstering (na verenkeling) op een diepte van 0-60 cm. De hoeveelheid stikstof die nog ontbreekt (nominale waarde - basisbemesting - N min) wordt in 2 stappen aangebracht wanneer de totale behoefte groter is dan 100 kg N/ha. Daarbij moeten de gewassen droog zijn. Er dient specifiek aandacht te worden besteed aan het gebruik van stikstof in de vorm van cyaanamide. Deze mag niet worden toegediend kort voor of na een behandeling met herbiciden. Het beste tijdstip voor de twee overbemestingen is kort na de scheiding en ongeveer 3 weken later. Toevoegen van boor d.m.v. vloeibare meststoffen: In de regel wordt 200 g boor/ha in vloeibare vorm met een grote hoeveelheid water toegediend, zij het niet op erg warme dagen. Wanneer scheuren in de breedte van de bladstelen wijzen op een tekort, moet de behandeling na 1-2 weken worden herhaald. Droogte en/of pH-waarden boven 7 verhogen het risico op tekorten.