Ik zoek een

meststof

bevattende

nutrient

voor

gewas

Zoeken
  • Bodemtextuur
    Humeuze, goed geventileerde bodem met een goede structuur
  • Minimum temperatuur
    Kiemt bij 25 °C, groeit vanaf 12 °C, optimaal bij 18 °C
  • pH
    Verdraagt licht zure tot enigszins alkalische bodems; optimale pH: 6-7,5
  • Waterbehoefte
    10 l/kg opbrengst meloenen
  • Vernalisatie
    -
  • Plantdichtheid
    0,8-1,0 planten per m²
  • Zaaidiepte
    1,5 cm
Meloen en Watermeloen
Meloenen hebben een voorkeur voor een bodem met een hoog humusgehalte, een goede structuur en een geschikt watervasthoudend vermogen. Ze houden van warmte, maar hebben ook veel voedingsstoffen en vooral veel water nodig. In gebieden met een hoge luchtvochtigheid en waar nevel mogelijk is bij de bewaring, ontstaan snel bladziekten (meeldauw). 
Hoofdzaken
  • Bemesting in vier fasen, behoeften tot het einde observeren
  • in het begin genoeg stikstof en fosfor voorzien
  • molybdeen voorzien op koude, natte en zure gronden
  • Vanaf het begin van de oogst moet de nadruk in het bijzonder op kaliumbemesting worden gelegd
  • voor de vruchtvorming en smaak zorgen met kalium
  • bij droge omstandigheden bemesten met boor
Algemene informatie
Algemene informatie
Vraag naar voedingsstoffen
Vraag naar voedingsstoffen
Bemesting
Bemesting
MELOENEN KWEKEN
Meloenen houden van warmte. Net als komkommers, waar ze familie van zijn, kunnen ze slecht tegen neerslag. Bij vocht worden de bladeren snel ziek en gaan de vruchten rotten. Door hun ondiepe wortelsysteem hebben ze regelmatig veel water nodig. Voor een goede bloei worden de scheuten of zelfs de scheuttoppen vaak gesnoeid.

Ondanks de grote behoefte aan warmte is  meloenteelt in de vollegrond op gunstige locaties toch succesvol gebleken. 
In ongunstige groeiomstandigheden en om het seizoen te verlengen, worden meloenen geteeld onder folie of glas. Zo kan een veel grotere opbrengst worden bereikt dan bij de teelt in de vollegrond.
Net als alle planten uit de pompoenfamilie is de meloen gevoelig voor meeldauw en virussen. In dit opzicht hebben geschikte meloenrassen die bestand zijn tegen en/of tolerant zijn voor bepaalde ziekten een voordeel.
Opname- en onttrekkingshoeveelheden voor meloenen
Meloenen nemen grote hoeveelheden voedingsstoffen op en die moeten worden voorzien door een uitgebalanceerde bemesting. Stikstof mag nooit worden weggelaten tijdens de groei van de plant. Een tekort aan stikstof kan de groei met wel 25% doen dalen. Meloenen reageren goed op fosfor- en kaliumbemesting aan het einde van de vegetatieve fase en wanneer ze volgroeid zijn. Meloenen hebben een constante, grote behoefte aan voedingsstoffen en absorberen grote hoeveelheden water. Ze hebben ook grote hoeveelheden kalium nodig. Een tekort aan fosfor kan de groei (zelfs bij voldoende stikstof) met 40 tot 45% en de ontwikkeling van bloemknoppen met 70% beperken. Een fosfortekort veroorzaakt een geringe hoogte en kortere internodiën. Kalium is essentieel voor de suikerproductie en verbetert zo de kwaliteit. Het beperkt ook aanzienlijk het risico dat de vruchten barsten en verhoogt het gewicht van de vrucht. Meloenen zijn gevoelig voor tekorten aan molybdeen, vooral op koude, natte en zure gronden. Verder is de plant ook gevoelig voor tekorten aan mangaan en ijzer. Boor maakt de vruchten in droge jaren beter bestand tegen barsten.
Demand and extraction quantities of melons

Element

Opname

(Eenheid/ ton productie)

Verwijdering

(Eenheid/ ton productie)

Gevoeligheid voor gebrek

N

4

4

Erg gevoelig

P2O5

1.4

1.4

Erg gevoelig

K2O

7.3

7.3

Erg gevoelig

CaO

5

5

Erg gevoelig

MgO

1.3

1.3

Gevoelig

SO3

0.5

0.5

Erg gevoelig

TE

Molybdenum (Mo) on wet and cold soils Iron (Fe) and manganese (Mn) requirements Boron (B) under dry conditions against bursts of fruit

In de tabel worden de opname en afgifte per ton opbrengst meloenen weergegeven. Meloenen hebben vooral stikstof en kalium nodig. Er moet ook voldoende fosfor, magnesium en calcium aanwezig zijn. Voorbeeld: Een meloenen-oogst van 50 t/ha neemt 200 kg N/ha op. Die 200 kg N/ha wordt normaliter volledig d.m.v. bemesting toegediend. De volledige 200 kg N/ha wordt ook bij de oogst aan het veld onttrokken.
Hoge opbrengsten wanneer meloenen correct worden bemest 
Onder gepaste omstandigheden wordt van meloenrassen met een hoge opbrengst verwacht dat ze 50 ton per hectare produceren. Meloenplanten kunnen topprestaties leveren: de plant blijft groeien terwijl de vruchten op oudere delen ervan rijpen. Daarom moet de bemesting de voortgezette groei ondersteunen en tegelijk vruchten met een hoge marktwaarde en een goede smaak goed laten rijpen. 
Zolang de groei blijft voortduren, moet er genoeg stikstof worden voorzien. Een hoge kwaliteit (smaak, kleur, stevigheid en houdbaarheid) kan worden verkregen door meer fosfor en voldoende kalium te voorzien.
Voor de vruchtvorming en -dikking is het essentieel dat de kaliumvoorziening op peil wordt gehouden. Het is ook belangrijk om een teveel aan stikstof in de meststoffen te vermijden, aangezien dat de vatbaarheid voor bladziekten en vruchtrot vergroot. 
Meloenen zijn chloridegevoelig. Daarom wordt kaliumchloride enkel in de herfst gebruikt, vóór de teelt. In het groeiseizoen moeten ook soms kaliumsulfaat en Patentkali worden gebruikt.
De optimale pH-waarde van de bodem ligt tussen 6 en 7. Op een verzuurde of een koude en natte bodem is molybdeen essentieel. Wanneer de vruchten groeien of rijpen onder droge omstandigheden, moeten meloenen aanvullend worden bemest om te voorkomen dat de vruchten barsten.


De toediening moet absoluut worden opgesplitst.
Bij de meloenenteelt wordt een gedeelte van de meststof toegediend voordat de mulchlaag wordt gelegd. De rest wordt gebruikt om in de mate van het nodige in verschillende dosissen opnieuw te bemesten tijdens de permanente verzorging en de oogst, soms enkel in de rij.
Bij de beschermde teelt omvatten de allernieuwste oplossingen opbrengstgerichte vollegrond- of substraatculturen met systemen voor irrigatie en vloeibare bemesting van meloenen.
Aan de ene kant kunnen zo tijdens verschillende groeifasen verschillende meststoffen worden gebruikt en aan de andere kant kunnen de hoeveelheden voedingsstoffen worden aangepast aan de behoefte, de verwachte groei van de vegetatie en de oogsthoeveelheden. 
Vanwege de toediening in vloeibare vorm bij de beschermde teelt wordt de voedingsstoffenbehoefte omgerekend van kg/ha en teeltduur naar kg/m² en week. Als wordt uitgegaan van een vaste irrigatiehoeveelheid per dag, worden de juiste voedingsstoffenconcentraties voor het irrigatiewater berekend of gemeten d.m.v. Dosatron-doseersystemen.

Voor meloenen dienen de nodige hoeveelheden calcium al in de herfst te zijn aangebracht, vóór het planten. Dolomiet mag worden gebruikt. 1.500 kg CaO/ha wordt beschouwd als de richtlijn.

Opbrengstparameters voor meloenen:
aantal planten/m²;
aantal vruchten/plant;
vruchtgewicht.

De opbrengstvorming wordt bepaald door de planten per m² en een constante productie van bloemen en vruchten. Vooral in het begin is de voorziening van stikstof en een constante hoeveelheid fosfor belangrijk. Alleen met genoeg kalium kunnen mooi gevormde meloenen met een sterke kleur en een zoete smaak worden verkregen.

Eerste toepassing

Tweede toepassing 

Derde toepassing 

Vierde keer toedienen 

Eerste toepassing

Van het planten tot de groei van de eerste vruchten: beginnen met fosfaatrijke meststof: Bij de meloenenteelt hebben de planten aan het begin van de groei relatief kleine hoeveelheden meststof nodig. Een geringe bemesting en matige irrigatie bevorderen de vorming van wortelmassa. Tot de eerste bloei wordt daarom slechts ca. 1/12 van de hoeveelheid stikstof, maar reeds 40% van de totale fosfor toegediend. Van de totale vereiste hoeveelheid kalium wordt tijdens dit stadium slechts 1/30 toegediens. Pas daarna groeit de behoefte.

Tweede toepassing 

Eerste vruchten tot het einde van de vruchtvorming: Evenwichtige voeding voor bloei en vruchtvorming Vanaf het begin van de bloei moeten de vorming van bloemen en vruchten van de meloenen en tegelijk ook de constante groei en bloei worden bevorderd. Daarom zijn bijzonder evenwichtige voedingsstoffenverhoudingen noodzakelijk. Tijdens dit stadium wordt ongeveer 70 kg N/ha, 40 kg P2O5/ha en 120 kg K2O/ha toegediend. Tijdens deze groeifase moet vooral aandacht worden geschonken aan de magnesium- en calciumvoorziening.

Derde toepassing 

Einde van de vruchtvorming tot het einde van de groei van de 1ste vruchten – complete bemesting met nadruk op kalium belangrijk Bij meloenen is de vruchtdikkingsfase de voornaamste bemestingsfase. Voor de vorming van de eerste vruchten wordt iedere plant bemest met stikstof (ongeveer 80 kg N/ha) en kalium (ongeveer 120 kg K2O/ha). Slecht gevormde vruchten met een slechte smaak zijn het gevolg van een tekort aan voedingsstoffen tijdens deze fase.

Vierde keer toedienen 

Einde van de 1ste vruchtdikkingsfase tot het einde van de teelt: toediening van NPK-meststoffen met groot aandeel K is belangrijk Opdat daarna nog vruchten zouden groeien, moet de plant worden voorzien van aanvullende voedingsstoffen. Daarbij moet de hoeveelheid kalium opnieuw worden verhoogd opdat de vruchten zich volledig zouden kunnen vormen en zouden rijpen. Tijdens de laatste bemestingsfase worden de voedingsstoffen voorzien door een chloridevrije, geconcentreerde meststof met meerdere voedingsstoffen toe te dienen: ong. 70 kg N/ha, 25 kg P2O5/ha en 130 kg K2O/ha. De bemesting van meloenen kan ongeveer twee weken voor het einde van de oogst worden stopgezet. Daarna rijpen de laatste vruchten dankzij de voedingsstoffen die nog in de planten aanwezig zijn.