Ik zoek een

meststof

bevattende

nutrient

voor

gewas

Zoeken
  • Bodemtextuur
    middelzware bodem, zonder stagnerend water
  • Minimum temperatuur
    Groei vanaf bodemtemperatuur van 8 °C
  • pH
    Verdraagt licht zure tot enigszins alkalische bodems; optimale pH: 7,0
  • Waterbehoefte
    min. 250 l/m²
  • Vernalisatie
    -
  • Plantdichtheid
    Afhankelijk van datum en soort 6-7 korrels/m²
  • Zaaidiepte
    2-3 cm
Zonnebloem
Zonnebloemen hebben een voorkeur voor middelzware kleigronden met het juiste watervasthoudend vermogen, die de voedingsstoffen voldoende kunnen aanvullen. Ze gedijen ook goed in lemige zand- en lichtere löss- en grindbodems – in dit geval is voldoende regenval wel belangrijk. De penwortel kan enkele meters diep groeien en daar de aanwezige voedingsstoffen en het bodemvocht benutten. Na de zonnebloemen zijn deze stoffen echter vaak uitgeput. Zonnebloemen hebben een voorkeur voor hetzelfde klimaat als maïs en wijnstokken en hebben dezelfde totale warmte en weersomstandigheden nodig om te kunnen rijpen in het najaar. Dankzij vroegrijpe rassen wordt nu ook vaak landbouwgrond buiten de traditionele wijnstreken benut. Een van de belangrijke factoren hiervoor is het weer: het najaar moet zo mistvrij mogelijk zijn. Als richtlijn kan de rijpheid van korrelmaïs met een rijpheidsnummer rond FAO 250-270 dienen.
Hoofdzaken
  • Stikstofbemesting in één dosis
  • voldoende fosfor voorzien
  • 30kg S/ha (75kg SO3/ha)
  • gevoeligheid voor chloride in acht nemen
  • aangepast boortoepassing in het zaaibed
Algemene informatie
Algemene informatie
Vraag naar voedingsstoffen
Vraag naar voedingsstoffen
Bemesting
Bemesting
-
Van zonnebloemen worden in de landbouw rassen met gestreepte pitten geteeld, als vogelzaad en om te worden geschild, en met zwarte pitten, om er olie uit te winnen. Korrels worden afzonderlijk gezaaid en met een rijafstand van 70 cm. 6-7 korrels/m² leveren volgroeide gewassen op. Ondertussen worden vrijwel uitsluitend hybride rassen gebruikt. 
Bij zonnebloemen zijn vooral de opkomst, de bevruchting en de oogst van belang. Tussen deze fasen is het telen eenvoudig en niet veeleisend. Met uitzondering van zaadbehandeling en herbiciden worden weinig gewasbeschermingsmaatregelen genomen. Wanneer het risico hierop bestaat, worden schimmelinfecties voorkomen met fungiciden. Bij de opkomst worden practisch altijd slakkenkorrels toegediend. Vermeldenswaardige schadelijke factoren zijn hazen die zich voeden met de jonge planten en vogels die aan het bijna volgroeide bloemhoofd eten.
Zonnebloemen hebben voedingsstoffen nodig
Net als alle oliehoudende gewassen hebben zonnebloemen, naast de stikstofvoorziening, een goede fosforbemesting nodig. Ook kalium en zwavel mogen niet uit het oog worden verloren. Fosfor is niet alleen belangrijk voor de groei, maar wordt ook in de zaden opgenomen en speelt een belangrijke rol in de energiestofwisseling en de olieproductie. Zonnebloemen hebben kalium nodig voor de watertoevoer en de assimilatie in de zaden. Het merendeel ervan blijft achter in het stro en is dus beschikbaar voor het volgende gewas. Als d.m.v. bemesting enkel de hoeveelheid kalium wordt toegediend die werd afgegeven en als er in het najaar wordt bemest, mogen meststoffen met chloride worden gebruikt. Als de bemestingshoeveelheden groter zijn dan de onttrekking en bij bemesting in het voorjaar, gaat de voorkeur ongetwijfeld uit naar kaliumsulfaat, aangezien een hoog chloridegehalte een negatieve invloed heeft op het latere oliegehalte van de zaden. Het toedienen van NPK-meststoffen op basis van kaliumsulfaat voorziet tegelijk ook in de zwavelbehoefte van 30-40 kg S/ha (75-100 kg SO3). Zonnebloemen hebben voldoende boor nodig wanneer ze de jeugdfase van hun ontwikkeling bereiken. Naast complexe meststoffen met boor kunnen ook bladmeststoffen met boor worden gebruikt.
Onttrekkingshoeveelheden van zonnebloemen

Element

Opname

(Eenheid/ ton productie)

Verwijdering

(Eenheid/ ton productie)

Gevoeligheid voor gebrek

N

45

24

Erg gevoelig

P2O5

16

12

Gevoelig

K2O

16

10.5

Erg gevoelig

TE

Boron: Soil fertilization 1.2kg/ha Boron: Foliar fertilization 300-500g/ha

In de tabel worden de opname en onttrekking per ton opbrengst zonnebloemen weergegeven. Zonnebloemen hebben hoofdzakelijk behoefte aan stikstof, fosfor en kalium. Er moet echter ook voldoende zwavel, magnesium en boor aanwezig zijn. Voorbeeld: Een opbrengst van zonnebloemen van 3 t/ha neemt 135 kg N/ha op. Als een bepaalde hoeveelheid N uit de bodem wordt geabsorbeerd (bijvoorbeeld 70 kg N/ha), dan moet nog 65 kg N/ha worden toegevoegd d.m.v. bemesting. Bij de oogst zou 72 kg N/ha aan het veld worden onttrokken.
De voedingsstoffen van zonnebloemen moeten worden geconcentreerd totdat de knoppen zich gaan vormen. Daarna wordt het grootste deel van de voedingsstoffen slechts herverdeeld binnen in de plant of gebruikt om water te absorberen (kalium).

Toediening van de volledige hoeveelheid meststoffen vóór het 14-bladstadium
De hoeveelheid stikstof wordt bij de bemesting van zonnebloemen doorgaans toegediend in één dosis bij de inzaai of tijdens de vegetatie, vóór het 14-bladstadium. De grote behoefte aan voedingsstoffen doet zich voor in de eerste fase van de groei, dus is opsplitsen in verschillende dosissen niet nodig. Fosfor- en kalimeststoffen worden ook direct toegediend bij de teelt d.m.v. zwavelhoudende NPK-meststoffen, dan wel tegen het najaar of het vroege voorjaar.
Ook het kalken als bodemvoorbereiding kan het best in het najaar of in het vroege voorjaar worden uitgevoerd. 
De hoeveelheid van 1.500 kg CaO/ha – bij voorkeur als kalkcarbonaat, om het boor niet te hechten – mag niet worden overschreden.
Opbrengstparameters voor zonnebloemen:
aantal planten/m²
aantal pitten in het bloemhoofd
duizendkorrelgewicht.

De opbrengstvorming is het resultaat van een optimale verdeling van ca. 6-7 planten per m² en bijgevolg een sterke, maar stabiele en gezonde stengel en dito bladmateriaal. Daarvoor volstaat doorgaans 50-65 kg N/ha, ook opdat de gewassen kunnen worden bewaard en om gevoeligheid voor schimmelziekten te voorkomen. Het welige wortelsysteem kan extreme hoeveelheden voedingsstoffen opnemen, vooral in humusrijke gronden.

Eén keer toedienen in het voorjaar

Eén keer toedienen in het voorjaar

Enkele dosis met de totale vereiste hoeveelheid voedingsstoffen: Zonnebloemen hebben hun voedingsstoffen in geconcentreerde vorm nodig aan het begin van de groei. Vaak wordt bemest bij de inzaai, maar de bemesting met stikstof tijdens de vegetatie, vóór het 14-bladstadium heeft meer waarde doordat ze meer gesynchroniseerd is met de periode waarin de behoefte van het gewas het grootst is. De totale hoeveelheid benodigde voedingsstoffen kan in één dosis worden toegediend. In vergelijking met de onttrekkingssnelheid wordt stikstof in bescheiden hoeveelheden toegediend om de voornoemde effecten te vermijden. Vooral stikstofmeststoffen met zwavel, stikstof-fosfor- of NPK-meststoffen of kalimeststoffen met een laag chloridegehalte zijn geschikt. Bij de zonnebloem, als oliehoudend gewas, verdient boor daarom bijzondere aandacht.