Ik zoek een

meststof

bevattende

nutrient

voor

gewas

Zoeken
  • Bodemtextuur
    lichte tot middelzware bodem, zonder stagnerend water
  • Minimum temperatuur
    riesling kan temperaturen tot -20 °C overleven
  • pH
    optimaal: 5,5-6,5
  • Waterbehoefte
    min. 300-400 l/m2
  • Vernalisatie
    -
  • Plantdichtheid
    afhankelijk van vorm, ras, watervoorziening en technologie Afstand tussen de rijen: 1,8-2,5 m Afstand binnen de rijen: 1,0-1,2m
  • Zaaidiepte
    -
Wijnstokken
Alle beroemde wijnstreken ter wereld hebben hun identiteit te danken aan één of slechts een handvol heel specifieke druivenrassen. Voorbeelden zijn de pinot in de Bourgogne, de nebbiolo in Barolo, de riesling in de Rheingau of de silvaner in Franken. Viticultuur, wijnbouw of wijnteelt verwijzen naar het kweken van wijnstokken om de druiven te oogsten en er wijn mee te produceren.  De wijn wordt gemaakt in een kelder. De wetenschap achter de wijnindustrie heet oenologie.
Hoofdzaken
  • Arbeidsintensief
  • verschillen in bemesting tussen jonge planten en planten voor de opbrengst
  • optimale pH 5,5-6,0
  • gevoelig voor chloride
Algemene informatie
Algemene informatie
Vraag naar voedingsstoffen
Vraag naar voedingsstoffen
Bemesting
Bemesting
DE DRUIF: EEN ARBEIDSINTENSIEF GEWAS
Wijnbouw is een van de meest arbeidsintensieve vormen van landbouw, vooral op steile hellingen. Het werk begint in de periode van januari tot maart met het snoeien van de wijnstokken. Het oude hout van het vorige jaar wordt verwijderd en de vruchttakken van de wijnstok worden op punt gesteld. Het aantal en de lengte van de vruchttakken zijn doorslaggevend voor de opbrengst en de kwaliteit van de wijn. Ook vandaag worden wijnstokken nog steeds met de hand gesnoeid. Van februari tot april worden de draden hersteld. In maart/april worden de gesnoeide wijnranken over de draden gebogen en eraan vastgebonden. Zo worden de loten gelijkmatig verdeeld en krijgen ze een stabiele vorm. Tegen augustus worden zijscheuten verwijderd en worden lange wijnranken aan de draden opgebonden. Ander werk omvat bijvoorbeeld het snoeien en uitdunnen van bladeren. Vanaf april wordt de grond mechanisch losgemaakt en worden bodembedekkers ingezaaid. Deze twee handelingen stimuleren het natuurlijke bodemleven. Voedingsstoffen die ontbreken, worden voorzien m.b.v. meststof. Van ongeveer begin mei (wanneer de wijnstokken knoppen krijgen) tot augustus worden beschermingsmaatregelen genomen tegen ongedierte en schimmels. Fungiciden worden frequent gebruikt: 4-7 keer. Wanneer de oogst begint, hangt vooral af van het druivenras, de locatie en de rijpheid van de druiven. De wijnoogst begint meestal midden/eind september en kan tot midden/eind november duren. Traditioneel oogsten plukkers manueel, maar vaker gebeurt het oogsten machinaal. Om de grond, die na de oogst aangedrukt is, los te maken, wordt hij geploegd.
Bemesting van meerjarige gewassen tijdens groei en opbrengst
Een meerjarig gewas, zoals de druif, wordt op een heel andere manier bemest dan een klassiek veldgewas. Aan de ene kant duurt het jaren voordat de stok genoeg is gegroeid om een opbrengst te leveren. In die periode wordt organisch materiaal gevormd, dat zeker op het veld achterblijft, maar niet beschikbaar is voor mineralisatie op het oppervlak. Vooral op steile hellingen worden bodembedekkers geplant om te beschermen tegen erosie en rijpaden beter begaan- en berijdbaar te maken. Ze hebben ook een positieve invloed op het humusgehalte en het bodemleven, die belangrijk zijn voor de voedingsstoffentoevoer. De samenstelling van de plantensoorten in deze groenstrook speelt een essentiële rol. Verkeerde bemesting kan een sterke concurrentie om water en voedingsstoffen veroorzaken. De hoeveelheden meststof worden gebaseerd op de onttrekkingshoeveelheden.
Onttrekkingshoeveelheden voor druiven

Element

Opname

(Eenheid/ ton productie)

Verwijdering

(Eenheid/ ton productie)

Gevoeligheid voor gebrek

N

1.4

0.6

Gevoelig

P2O5

0.4

0.2

Gevoelig

K2O

1.6

1.2

Gevoelig

MgO

0.5

0.2

Matig gevoelig

TE

Boron (B), iron (Fe) and manganese (Mn) as foliar fertilization

In de tabel worden de opname en afgifte per hectoliter (hl) druivenopbrengst weergegeven. Druiven hebben volgens deze gegevens vooral stikstof en kalium nodig. Voorbeeld: Een druivenopbrengst van 70 t/ha neemt 98 kg N/ha op. Als een bepaalde hoeveelheid N uit de bodem wordt geabsorbeerd (bijvoorbeeld 70 kg N/ha), dan moet nog 28 kg N/ha worden toegevoegd d.m.v. bemesting. Bij de oogst zou immers 42 kg N/ha uit het veld worden gehaald.
Stikstofbemesting
Stikstof (N) speelt een centrale rol in het metabolisme van de wijnstok. In de wijnbouw heeft stikstof een grote invloed op de groei, de vruchtzetting en de opbrengst. Het merendeel ervan wordt sterk gebonden in het organisch materiaal. Van de gebonden stikstof wordt jaarlijks slechts ongeveer 1% vrijgegeven door de werking van bodemmicro-organismen. Zo kan later ong. 50-150 kg N/ha/jaar worden voorzien. De intensiteit van de mineralisatie van stikstof is niet optimaal afgestemd op de seizoensgebonden behoeften van de wijnstok. Het ondiep losmaken van de grond van begin tot midden mei kan de vrijgave van stikstof bevorderen en ervoor zorgen dat die na verloop van tijd beschikbaar is wanneer de behoefte van de wijnstok toeneemt.

Stikstofbemesting van jonge planten
In het jaar van aanplanting en de jaren daarop is de watervoorziening van cruciaal belang voor de groei van de wijnstok. Bij een goede bodemgesteldheid is in de eerste ontwikkelingsjaren geen of slechts een kleine hoeveelheid stikstof vereist. De bodemgewassen moeten worden voorzien van stikstof, vooral onder ongunstige bodemomstandigheden, om concurrentie met de wijnstokken te voorkomen. De hoeveelheden variëren van 0-30 kg N/ha/jaar, naargelang van de bodemomstandigheden. In het jaar van aanplanting kan aan de jonge plant bladbemesting worden toegediend om aanvullende voedingsstoffen te voorzien. Vooral bij droogte heeft dat een gunstige invloed.

Stikstofbemesting van planten voor de opbrengst
Stikstof is een belangrijke voedingsstof voor de ontwikkeling van wijnstokken. De locatie en het weer hebben echter ook een aanzienlijke invloed op de fotosynthese en daardoor op de kwaliteit en de opbrengst.
Bij produktieve planten, hangt de behoefte aan stikstof af van het organisch materiaal in de bodem, de opbrengstprestaties, het ras, de grondbewerking en de watervoorziening. De behoefte aan stikstof kan onder andere worden gemeten a.d.h.v. de groeisnelheid.

Fosfor en kalium
In tegenstelling tot stikstofbemesting is bemesting met fosfor en kalium niet tijdgebonden. Basisbemesting in de herfst, voordat de grond wordt bewerkt, is nuttig. Jonge planten die van voldoende voedingsstoffen worden voorzien, hoeven door de kleine opnamehoeveelheden niet te worden bemest. Bij een duidelijk gebrek aan fosfor kan de ondergrond gericht worden bemest op basis van de onttrekking door de plant.
Indien ondanks de kaliumbemesting toch symptomen van een tekort zichtbaar zijn, moet worden uitgegaan van kaliumfixatie. Dat kan ook a.d.h.v. een bodemmonster worden bepaald.

Aangezien wijnstokken chloride slechts gedeeltelijk verdragen, horen chloridevrije meststoffen te worden gebruikt, of mogen meststoffen die chloriden bevatten alleen in de herfst worden gebruikt. Jonge planten en onderstammen moeten worden bemest zonder chloride.
Kalken wordt aanbevolen als dat nodig blijkt uit een bodemonderzoek.
Een gebrek aan boor komt vooral voor in droge jaren en op zanderige en kleiachtige gronden. Wijnstokken hebben boor nodig en daarvoor verdient bladbemesting de voorkeur boven bodembemesting.

IJzer (Fe) en mangaan (Mn)
IJzer wordt via de wortels actief opgenomen als Fe++, Fe+++ en als Fe-chelaat. Het is belangrijk voor de vorming van chlorofyl en het groeiproces. IJzer heeft een lage mobiliteit in de plant. De beschikbaarheid ervan in de bodem wordt vaak belemmerd door bicarbonaatverrijking. Symptomen van een ijzertekort zijn vergeling van de bladeren (chlorose) en een gebrek aan nieuwe scheuten die worden ontwikkeld. Het tekort is sterker op dichte, kleirijke grond of op kalkrijke locaties, maar de symptomen kunnen ook worden versterkt door een overaanbod aan fosfaat of koper.

Mangaan wordt actief opgenomen via de wortels als Mn2+-ion of als Mn-chelaat en is belangrijk voor de activering van verschillende enzymen. Mangaan heeft een matige mobiliteit in de plant. Er is ook een antagonistische interactie tussen mangaan en ijzer. Overtollig mangaan komt vooral voor op zure bodems en gronden met stagnerend water onder anaerobe omstandigheden.

Eén keer toedienen in het voorjaar

Eén keer toedienen in het voorjaar

Zowel jonge planten als planten voor de opbrengst worden bemest door in het voorjaar eenmaal te bemesten met meerdere voedingsstoffen, meststoffen met een hoog kaliumgehalte en geen of een geringe hoeveelheid chloride. De hoeveelheid meststof wordt gebaseerd op de stikstofonttrekking en bedraagt ong. 30 kg N/ha in jonge planten en 40-50 kg N/ha in productieve planten leveren. Op locaties met een fosfaattekort kan dat tekort worden verholpen door de ondergrond gericht te bemesten. Daarvoor moet de juiste hoeveelheid meststof worden gebruikt. De hoeveelheden meststoffen voor de bovengrond en de ondergrond mogen niet zomaar worden opgeteld en samen op de bodem worden aangebracht.