Ik zoek een

meststof

bevattende

nutrient

voor

gewas

Zoeken
  • Bodemtextuur
    zand, lemig zand, moerassige bodem
  • Minimum temperatuur
    ontkiemt vanaf 5 °C
  • pH
    verdraagt licht zure tot enigszins alkalische bodems; optimale pH: 6,5-7,5
  • Waterbehoefte
    min. 600 l/m2, overwegend besproeid
  • Vernalisatie
    14-28 dagen
  • Plantdichtheid
    afhankelijk van datum en soort 80-220 korrels/m2
  • Zaaidiepte
    1.0-2.5cm
Wortel
Behoeften van het gewas:
Alleen fijne, goed bezonken bodem is geschikt, aangezien stenen en onvolledig afgebroken organisch materiaal de kwaliteit van de wortels aantasten. Een goede, heel gelijkmatige watertoevoer is noodzakelijk omdat stagnerend water het suikergehalte doet dalen en het risico op fungi die via de bodem worden overgedragen verhoogt. Wortels worden regelmatig van water voorzien. Wortelen hebben een ruime vruchtwisseling van 5-7 jaar nodig, zonder andere planten uit de schermbloemenfamilie (bv. selderij, venkel of pastinaak). Kool, ui en prei zijn zeer goede voorafgaande gewassen. Een te nauwe vruchtwisseling tast niet enkel de opbrengst, maar ook de kwaliteit aan, die economisch bijzonder belangrijk is.
Hoofdzaken
  • Zorg voor een ruime vruchtwisseling!
  • Een neutrale pH is optimaal
  • grote verschillen in voedingsstoffenbehoeften afhankelijk van oogsttijd, opbrengst en gebruik
  • Meststof zonder chloride of met een laag chloridegehalte gebruiken
Algemene informatie
Algemene informatie
Vraag naar voedingsstoffen
Vraag naar voedingsstoffen
Bemesting
Bemesting
WORTELEN: ZOET EN RIJK AAN CAROTEEN EN VITAMINES
Een diepe voor en frezen voorkomen vertakte wortelen. De grond moet heel kruimelig en goed bezonken zijn. De teelt op ruggen wordt steeds belangrijker en verdringt steeds meer de teelt in bedden. De voordelen van de teelt op ruggen zijn betere oogstomstandigheden en een betere kwaliteit, vooral bij een zware bodem. Wanneer het regent, droogt het grondoppervlak sneller op, maar op plaatsen waar de watertoevoer beperkt is, kan dat leiden tot een watertekort. De ruggen worden doorgaans aangelegd op een onderlinge afstand van 50 of 75 cm. De zaaitijd is van maart tot midden juni, afhankelijk van de regio, het ras, het gebruik en de oogsttijd. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de productiedoelen van wortelen voor industriële verwerking, als verse groenten (vaak met kool) en voor opslag. Bij wortelen die als verse groenten zullen worden verkocht of bij het gebruik van een klembandrooier dient ook te worden gelet op de gezondheid van het loof. In gecontroleerde koelruimtes kunnen ze tot 6 maanden worden bewaard. Ook de atmosfeer in het magazijn is van groot belang, aangezien veel CO2 of ethyleen in de lucht de wortelen bitter doet smaken.
De voedingsstoffenbehoefte van wortelen verschilt naargelang van het productiedoel
De hoge opbrengst met bijzondere eigenschappen die vandaag mogelijk is, kan enkel worden verkregen met geoptimaliseerde, aangepaste bemesting, waarbij rekening wordt gehouden met de werkelijke export van voedingsstoffen. Net als bij vele andere groentegewassen zijn er tal van verschillen in de voedingsstoffenopname door verschillen in de opbrengst, productiedoelen en cultuurduur (3-5 maanden). De voedingsstoffenafgifte aan de volgende oogst wordt sterk bepaald door het al dan niet achterblijven van het loof op het land. Naast de opbrengst worden ook de kwaliteit, de samenstelling en de smaak van de wortelen doorslaggevend beïnvloed door de voedingsstoffen voorziening. In principe zijn wortelen heel goed in staat om voedingsstoffen op te nemen. Dat vermogen wordt ondersteund door intensieve bodembewerking en langdurige teelten. Wortelen verbruiken veel voedingsstoffen en hebben veel kalium nodig. Dat kalium heeft niet enkel een positieve invloed op het suikergehalte, maar ook op de houdbaarheid en de smaak. Net als bij alle gewassen moet de bemesting ook gebaseerd zijn op de geëxporteerde hoeveelheden voor wortelen.
Geëxporteerde hoeveelheden voor wortelen

Element

Opname

(Eenheid/ ton productie)

Verwijdering

(Eenheid/ ton productie)

Gevoeligheid voor gebrek

N

1.8

1.5

Erg gevoelig

P2O5

0.9

0.8

Gevoelig

K2O

4.8

4.4

Erg gevoelig

MgO

0.4

0.3

Gevoelig

TE

300-500 g/ha Bor (B)

In de tabel worden de opname en afgifte per ton wortelopbrengst weergegeven. Wortelen hebben volgens deze gegevens vooral stikstof en kalium nodig. Voorbeeld: Een wortelopbrengst van 90 t/ha neemt 162 kg N/ha op. Als een bepaalde hoeveelheid N uit de bodem wordt geabsorbeerd (bijvoorbeeld 30 kg N/ha), dan moet nog 132 kg N/ha worden toegevoegd d.m.v. bemesting. Bij de oogst zou immers 135 kg N/ha aan het veld worden onttrokken.
Het directe aanbrengen van organische meststof op wortelen wordt niet aanbevolen, omdat niet-afgebroken organisch materiaal kwaliteitsproblemen kan veroorzaken en verse of vloeibare mest meestal wortelvliegen aantrekt.

Eerste toepassing

Tweede toepassing

Eerste toepassing

Basisbemesting met stikstof, fosfor en kalium vóór het zaaien. Stikstofbemesting boven 100 kg/ha moet in 2 beurten worden opgebracht. In dat geval vindt de basisbemesting eenmaal vóór het zaaien en eenmaal in de vierde tot de zesde week erna plaats. Als gevolg van de grote behoefte aan kalium is het gebruik van geconcentreerde NPK-meststoffen met een groot aandeel kalium doeltreffend gebleken. Omdat wortelen gevoelig zijn voor zouten, moet erop worden gelet dat deze NPK-formules geen of weinig chloride bevatten. Het beste tijdstip voor basisbemesting is ongeveer 2 weken voor het zaaien. Wanneer bepaalde complexe meststoffen worden gebruikt, wordt ook in de magnesiumbehoefte voorzien. Het chlorofylgehalte kan baat vinden bij voldoende magnesium. Een goede magnesiumvoorziening is ook noodzakelijk voor de gezondheid van het loof. Dat is op zijn beurt belangrijk bij producten die als verse groenten worden verkocht, waarbij magnesium een intense groene kleur geeft. Wanneer een klembandrooier wordt gebruikt, kunnen gewasverliezen tot een minimum worden beperkt dankzij gezond loof.

Tweede toepassing

Toevoeging van stikstof en kalium De tweede bemesting gebeurt op basis van de N-min-waarde. De datum voor de tweede dosis stikstof mag niet te laat vallen, omdat de wortelen dan te laat hun kleur krijgen, de houdbaarheid achteruitgaat en het loof overmatig gaat groeien. Als de stikstof in één dosis wordt toegediend, kan daarvoor het best de tweede datum worden gekozen. Omdat wortelen een grote behoefte hebben aan kalium, moet bij de tweede dosis ook kalium worden toegediend. Kalium is noodzakelijk voor de vorming van suiker en de smaak, de opbrengst en de bewaarbaarheid. Een goede opname van kalium verlaagt ook de belasting die wordt veroorzaakt door te veel of te weinig water. Boor als vloeibare meststof Boor wordt vaak als noodzakelijk gezien om wortelen beter te beschermen tegen schimmelziekten. Te weinig boor kan kleine scheuren in het weefsel veroorzaken, vooral boven aan de wortel. Langs deze scheuren kunnen schimmelziekten binnendringen. Boor helpt dus indirect schimmelziekten te beperken.