Ik zoek een

meststof

bevattende

nutrient

voor

gewas

Zoeken
  • Bodemtextuur
    middelzware, humusrijke bodem, zonder stagnerend water
  • Minimum temperatuur
    Kiemt vanaf 12 °C, optimaal: 18 °C
  • pH
    Verdraagt licht zure tot enigszins alkalische bodems; optimale pH: 6,0-7,0
  • Waterbehoefte
    verdraagt enkel geringe regenval, maar het gewas moet wel voldoende water krijgen
  • Vernalisatie
    -
  • Plantdichtheid
    2-3 planten per m², 2-4,5 scheuten per m²
  • Zaaidiepte
    Ondiep
Tomaat
Tomaten houden van humusrijke gronden die rijk zijn aan voedingsstoffen en een goed watervasthoudend vermogen hebben. Ze hebben ook een voorkeur voor locaties met voldoende warmte en zonlicht. Alle tomaten, inclusief tomaten in de vollegrond hebben behoefte aan veel water, maar zo weinig mogelijk neerslag om bladziekten niet te bevorderen. Dergelijke omstandigheden kunnen niet overal worden gegarandeerd bij de teelt in de vollegrond. Daarom worden tomaten meestal geteeld onder folie en glas, d.w.z. in beschermde teeltomstandigheden. Het wortelstelsel, dat hoofdzakelijk bestaat uit fijne wortels, is efficiënt, maar doordat ze geen penwortel hebben, kunnen tomaten niet worden verbouwd op een verdichte of natte bodem.
Hoofdzaken
  • Bemesting in drie fasen, behoeften tot het einde observeren
  • In het begin voldoende stikstof en fosfor voorzien
  • Vanaf het begin van de oogst moet de nadruk in het bijzonder op kaliumbemesting worden gelegd
  • Behoefte aan calcium en magnesium is belangrijk
Algemene informatie
Algemene informatie
Voedingsstoffenbehoefte
Voedingsstoffenbehoefte
Bemesting
Bemesting
TOMATEN: HET BELANGRIJKSTE GROENTEGEWAS

In economisch opzicht is de tomaat op wereldschaal de belangrijkste groente. Omdat tomaten weinig regen verdragen, maar toch nood hebben aan veel water, warmte en voedingsstoffen, is de teelt onder folie of glas heel nuttig gebleken. Er zijn een aantal tomatenrassen die na het eerste bloeiseizoen niet meer groeien, maar andere blijven constant nieuwe bladeren en scheuten ontwikkelen (tot 15 m).


Tegenwoordig is voor verse consumptie niet zozeer de vraag naar afzonderlijke losse vruchten het grootst, maar wel die naar cocktail- en trostomaatrassen. Er is een grote verscheidenheid aan tomatenrassen verkrijgbaar voor verschillende groeiperioden, teeltmethoden en toepassingen.
Net als alle planten uit de nachtschadefamilie zijn tomaten gevoelig voor bladziekten zoals aardappelziekte (Phytophthora infestans), fluweelachtige vlekken, meeldauw en virussen.


Economisch is het van cruciaal belang om de tomatenplant tijdens de bloei en het oogstseizoen zo lang mogelijk van water en voedingsstoffen te blijven voorzien.
Droge weersomstandigheden en een lage schimmelinfectiedruk tijdens de oogst zijn optimaal voor een goede houdbaarheid.

Bemesting van tomaten: maximale voedingsstoffenvoorziening
Tomaten behoren wat hun opname van voedingsstoffen betreft tot de meest veeleisende gewassen die er zijn en hebben een relatief hoge hoeveelheid stikstof nodig. Overmatige hoeveelheden stikstof kunnen echter de gevoeligheid voor ziektes vergroten. Door het vele water dat ze opnemen en de grote massa die ze ontwikkelen, hebben ze ook grote hoeveelheden kalium nodig. Zowel bij een tekort als bij een teveel aan voedingsstoffen kunnen de symptomen gemakkelijk worden herkend aan de bladeren. Lichtgroene bladeren wijzen op een tekort aan stikstof en donkergroene bladeren op een teveel. Smalle, roodachtige of bruinachtig-paarse bladeren wijzen op een tekort aan fosfor en verdorde, afstervende bladranden worden veroorzaakt door een kaliumtekort. De grootste uitdaging bestaat in het vrijwaren van een evenwichtige voedingsstoffenvoorziening. De bemesting van tomaten moet aan de ene kant de constante groei van nieuwe scheuten, bladeren, bloemen en vruchten garanderen en aan de andere kant moet deze tomatenmeststoffen de plant voorzien van de nodige voedingsstoffen om ideaal te rijpen. Daarom moet de hoeveelheid voedingsstoffen worden gewijzigd en moet de samenstelling van complexe meststoffen worden aangepast aan het ontwikkelingsstadium van de tomaten.
Opname- en onttrekkingshoeveelheden van tomaten onder glas of in beschermde teelt

Element

Opname

(Eenheid/ ton productie)

Verwijdering

(Eenheid/ ton productie)

Gevoeligheid voor gebrek

N

2.7

2.7

Erg gevoelig

P2O5

0.9

0.9

Erg gevoelig

K2O

6.2

6.2

Erg gevoelig

CaO

2.5

2.5

Erg gevoelig

MgO

0.8

0.8

Gevoelig

SO3

0.5

0.5

Gevoelig

TE

Zinc, iron, boron and manganese

Microvoedingsstoffen Zink, ijzer, boor en mangaan In de tabel worden de opname en afgifte per ton tomatenopbrengst weergegeven. Tomaten hebben volgens deze gegevens vooral stikstof en kalium nodig. Er moet ook voldoende fosfor, magnesium en calcium aanwezig zijn. Voorbeeld: Een tomatenopbrengst van 150 t/ha neemt 440 kg N/ha op. Als een bepaalde hoeveelheid N uit de bodem wordt geabsorbeerd (bijvoorbeeld 40 kg N/ha), dan moet nog 400 kg N/ha worden toegevoegd d.m.v. bemesting. Tijdens de oogst en door de verwijdering van de plantmassa na het einde van de oogst (om hygiënische redenen) wordt in totaal 400 kg N/ha van het veld verwijderd. Als de tomaten worden geteeld in de vollegrond, wordt echter een lagere opbrengst verwacht: 60 t/ha en 20 t plantenmateriaal. In dit geval dient te worden uitgegaan van de volgende hoeveelheden voedingsstoffen per hectare: 136 kg N, 55 kg P2O5, 232 kg K2O, 339 kg CaO, 36 kg MgO. Deze voedingsstoffenhoeveelheden moeten ook worden toegediend in overeenstemming met de volgende aanbevelingen voor verdeling.
Een correcte  bemesting van tomaten hangt af van diverse factoren
Onder gepaste omstandigheden wordt van tomatenrassen met een hoge opbrengst verwacht dat ze 100-150 ton per hectare produceren. Tomatenplanten blijven doordragen: de plant blijft groeien terwijl vruchten rijpen op oudere delen ervan. Daarom moet de bemesting tegelijk de verdere groei ondersteunen en vruchten met een hoge marktwaarde en een goede smaak goed laten rijpen. Zolang de groei blijft voortduren, moet er genoeg stikstof worden voorzien. Verhoogde hoeveelheden fosfor en kalium zorgen voor een hoge kwaliteit (qua smaak, kleur, stevigheid en houdbaarheid).

Voor de vruchtvorming en -groei is het van wezenlijk belang dat het nodige kaliumgehalte wordt gegarandeerd. Het is belangrijk dat in de bemestingsstrategie een teveel aan stikstof wordt vermeden, aangezien de vruchten daardoor mogelijk een slechtere kwaliteit krijgen en later rijpen.
In dit stadium geniet ammonium (NH4+) de voorkeur als stikstofvorm. Een tekort aan calcium leidt, vaak bij een ongunstig zomerklimaat, tot ziekten.
De optimale pH-waarde van de bodem ligt tussen 6,5 en 7. Tomaten zijn niet alleen gevoelig voor zout-, maar ook voor zink-, ijzer-, boor- en mangaantekorten. Zwavelmeststoffen verbeteren in het bijzonder de stevigheid en de kleur van de vruchten.

Het opsplitsen van dosissen is noodzakelijk
Bij hedendaagse productiemethoden wordt uitgegaan van opbrengstgerichte bodems of substraatculturen met systemen voor irrigatie en vloeibare bemesting van tomaten.
Aan de ene kant kunnen zo tijdens verschillende groeifasen verschillende meststoffen worden gebruikt en aan de andere kant kunnen de hoeveelheden voedingsstoffen worden aangepast aan de behoefte, de vooruitgang van de vegetatie en de oogsthoeveelheden. Vanwege de toediening in vloeibare vorm wordt de voedingsstoffenbehoefte omgerekend van kg/ha en teeltduur naar kg/m² en per week. Bij een vaste irrigatiehoeveelheid per dag worden de juiste voedingsstoffenconcentraties voor het irrigatiewater berekend of toegediend d.m.v. doseersystemen.
Het is belangrijk dat de benodigde hoeveelheid calcium wordt toegediend in de herfst, vóór het inplanten.

Opbrengstparameters voor tomaten
• aantal planten/m²;
• aantal vruchten/plant;
• vruchtgewicht.

De opbrengstvorming bij de tomatenteelt wordt bepaald door de planten per m² en een constante productie van bloemen en vruchten. Daarvoor zijn vooral in het begin de stikstof- en de magnesiumvoorziening belangrijk. Voor goed ontwikkelde tomaten met een gezonde en heldere kleur en een karakteristieke smaak is het belangrijk dat voldoende kalium, zwavel en water en niet te veel calcium wordt voorzien. Opdat het wortelsysteem van de tomatenplanten voldoende zou ontwikkelen, wordt de voedingsstoffen- en vooral de watervoorziening tijdens de eerste weken tot een minimum beperkt. Zo worden de voedingsstoffen later efficiënter opgenomen.

Eerste toepassing

Tweede toepassing

Derde toepassing

Eerste toepassing

Van de aanplanting tot de eerste bloei: minimum aan voedingsstoffen om mee te beginnen Tomaten hebben aan het begin van hun ontwikkeling betrekkelijk weinig meststoffen nodig. Naar de eerste lading vruchten gaat ongeveer 1/7 van de volledige hoeveelheid stikstof en fosfor. Van de totale vereiste hoeveelheid kalium wordt tijdens dit stadium slechts 1/13 toegevoegd. Daarna neemt de behoefte toe. De beste oplossing voor deze bemesting is een chloridevrije NPK-meststof met een groot aandeel stikstof en kalium (COMPLEX 15/5/18 + 2,5MgO+25SO3+B+Zn).

Tweede toepassing

Van de eerste bloeifase tot het begin van de oogst: grotere behoefte aan evenwichtige bemesting In deze fase horen tegelijk de vruchtvorming van de tomatenplant en de constante groei en bloei te worden bevorderd. Daarom zijn bijzonder evenwichtige voedingsstoffenverhoudingen noodzakelijk. Vooral een teveel aan nitraat is in dit stadium gevaarlijk, dus gaat de voorkeur uit naar ammoniummeststoffen. Ook met de magnesiumvoorziening moet in dit stadium rekening worden gehouden. In deze bemestingsfase wordt dezelfde NPK-samenstelling gebruikt, maar er wordt ongeveer driemaal zoveel van toegediend als bij de eerste keer toedienen.

Derde toepassing

Begin van de oogst tot einde van de teelt: volledige hoeveelheid kaliummeststof Dit is voor tomaten de belangrijkste bemestingsfase. Tekorten zijn niet alleen te merken aan slecht gevormde vruchten met weinig smaak, maar ook aan een slechtere knopvorming en later aan een lagere totale oogstopbrengst. Op dit moment is een hoeveelheid kalium van max. 500 kg/ha vereist. Die worden voorzien door de voedingsstoffen constant via irrigatie te doseren met de juiste producten van L.A.T SUPREMO. De bemesting kan pas zo’n 2 weken vóór het einde van de oogst worden stopgezet. Vanaf dat moment totdat de laatste vruchten rijp zijn, volstaan de voedingsstoffen die nog in de planten aanwezig zijn.