Ik zoek een

meststof

bevattende

nutrient

voor

gewas

Zoeken
  • Bodemtextuur
    diepe, humeuze leemgrond of lemige zandgrond, zonder stagnerend water
  • Minimum temperatuur
    schade als gevolg van lage wintertemperaturen en late vorst; hitte heeft een negatieve invloed op de grootte van de vruchten
  • pH
    een bodem met een lage zuurtegraad en een pH-waarde van 5,0-6,5 is ideaal
  • Waterbehoefte
    min. 500 l/m2 vaak water geven
  • Vernalisatie
    -
  • Plantdichtheid
    afhankelijk van ras, teeltduur en rijen in het bed enkele rij: 35.000-45.000 planten/ha twee rijen 50.000-70.000 planten/ha
  • Zaaidiepte
    wortelhals net boven (verse planten) of onder de grond (gekoelde planten)
Aardbei
Aardbeienrassen worden onderverdeeld in zogenaamde eenmalig dragende “zomerrassen” en doordragende (“dagneutrale”) rassen. Bij doordragende rassen kunnen de planten het hele jaar door bloeien als het licht en de temperatuur dat toelaten. Er kan dus bijna het hele jaar rond aardbeien mee worden geteeld.
Hoofdzaken
  • Grotere behoefte aan stikstof in het eerste groei-jaar
  • beste voedingsstoffenopname in een licht zure omgeving
  • meststof gebruiken zonder of met weinig chloride
  • kaliumvoorziening is belangrijk
Algemene informatie
Algemene informatie
Voedingsstoffenbehoefte
Voedingsstoffenbehoefte
Bemesting
Bemesting
DE AARDBEI: AL HET ZOETE VAN HET VELD

Humeuze, diepe gronden zijn goed voor de aardbeiteelt. Locaties waar vaak stagnerend water voorkomt en waar het risico op late vorst bestaat, moeten worden vermeden. Aardbeien mogen niet worden geteeld na aardappelen, tomaten, luzerne, koolzaad of gras (ritnaald).


 Er zijn 2 soorten plantgoed voor aardbeien:
- Verse zaailingen (met blote wortel of met kluit): Planten: Midden juli tot midden augustus. Ze hebben na het planten veel water nodig en moeten worden geïrrigeerd. Iets lagere, maar kwaliteitsvollere en vroege opbrengst.
- Gekoelde of frigoplanten worden van november tot januari gerooid en vervolgens bewaard bij -1,5 °C. Ze bestaan enkel uit de kop, het rizoom en de wortels (zonder bladeren). Plantperiode: Eind maart - begin juni.
In de vollegrond worden aardbeien doorgaans geplant als tweejarig gewas, aangezien daarna veel vaker ziekten voorkomen.

Aardbeien worden in elk van de twee oogstjaren anders bemest
Om de behoefte aan meststoffen te bepalen, is het voor aardbeien, zoals voor alle gewassen, raadzaam om een bodemanalyse tot op een diepte van 30 cm uit te voeren. Op locaties waar aardbeien worden geteeld, zijn er 3 momenten waarop er een minimale streefwaarde is voor N: bij het planten, tijdens het voorjaar en na de oogst, als er in het volgende jaar nog een oogst volgt. De streefwaarde bedraagt telkens 60 kg N/ha. Omdat aardbeien erg gevoelig zijn voor zout horen meststoffen met chloride te worden vermeden en moeten verschillende kleinere dosissen worden toegediend. Een licht zure omgeving maakt een optimale opname van microvoedingsstoffen zoals ijzer (Fe) en mangaan (Mn) mogelijk. Aardbeien hebben een opvallend grote behoefte aan kalium. Dat staat niet enkel in voor de opbrengstvorming, maar ook voor de smaak, doordat het de suiker- en zuurbalans van de plant beïnvloedt. De bemesting wordt gebaseerd op wat de bodem voorziet en de hoeveelheden die daaruit worden onttrokken.
exporthoeveelhedenvoor aardbeien

Element

Opname

(Eenheid/ ton productie)

Verwijdering

(Eenheid/ ton productie)

Gevoeligheid voor gebrek

N

6

3

Erg gevoelig

P2O5

2.2

0.5

Erg gevoelig

K2O

8.5

2.8

Gevoelig

MgO

1.2

0.6

Gevoelig

TE

Boron (B), iron (Fe) and manganese (Mn) via foliar fertilisation

In de tabel worden de opname en afgifte per ton aardbeienopbrengst weergegeven. Aardbeien hebben volgens deze gegevens vooral stikstof, kalium en magnesium nodig. Voorbeeld: Een aardbeienopbrengst van 20 t/ha neemt 120 kg N/ha op. Als een bepaalde hoeveelheid N uit de bodem wordt geabsorbeerd (bijvoorbeeld 30 kg N/ha), dan moet nog 90 kg N/ha worden toegevoegd d.m.v. bemesting. Bij de oogst zou 60 kg N/ha aan het veld worden onttrokken.

Stikstof bepaalt vegetatieve groei
Aardbeien hebben een grotere behoefte aan stikstof tijdens de groei en de vruchtvorming. Ze hebben een voorkeur voor ammoniumnitraat, dat vooral tijdens de vegetatieve groeiperiode wordt opgenomen. Bij hoge temperaturen of een lage pH heeft de plant een voorkeur voor nitraat. Voor de opbrengstvorming moet voldoende stikstof worden voorzien, maar overmatige hoeveelheden brengen problemen met zich mee, zoals overtollige uitlopers, een grotere vatbaarheid voor ziektes of een grotere gevoeligheid voor koude. Stikstof moet steeds worden aangebracht op de bovengrond, terwijl fosfor, kalium en magnesium voor basisbemesting kunnen worden gebruikt. Rijbemesting is optimaal voor het toedienen van stikstof, vooral bij een grote rijafstand.


Fosfaat is belangrijk voor een goede wortelgroei
Om de wortelgroei optimaal te stimuleren, zijn aardbeien gebaat bij de toediening van fosfaat, hetzij in combinatie met kalium of als NPK-meststof, vóór de vruchtzetting. Bovendien wordt ook het bloeigedrag positief beïnvloed door een toereikende fosforvoorziening.
Kalium tegen stress
Kalium is belangrijk voor de rijpheid en de kleur van de vruchten en een toereikende voorziening beperkt symptomen van stress die door droogte en kou worden veroorzaakt.


Calcium verbetert de kwaliteit van de vruchten
Regelmatige toediening van calcium (Ca) wordt aanbevolen, vooral op een zanderige bodem. Calcium staat in voor de opbouw van de celwanden en dus voor sterkere vruchten. Het is ook noodzakelijk voor een optimale weerstand tegen het schadelijke natrium en een verminderde vatbaarheid voor botrytis. Een tekort aan calcium verkort de levensduur van de aardbeiplanten. Voldoende kalk ondersteunt dan weer de bodemstructuur: aardbeien zijn erg gevoelig voor verdichting en stagnerend water.


Magnesium en spoorelementen voor betere duurzaamheid
Voldoende magnesium (Mg) is belangrijk als bouwsteen van chlorofyl voor fotosynthese, net als koper (Cu). Magnesium en koper helpen bovendien ook de houdbaarheid van de vruchten te verzekeren.

Eerste toepassing

Tweede toepassing

Fertigatie: bemesting via irrigatie als alternatief

Eerste toepassing

Basisvoedingsstoffen vóór het planten Om de wortelgroei te stimuleren en te voorzien in de basisbehoefte voor voedingsstoffen is het raadzaam een gedeelte van de stikstof en de hoeveelheden fosfaat, kalium en magnesium nog vóór het planten toe te dienen d.m.v. een chloridevrije NPK-meststof met een groot aandeel kalium.

Tweede toepassing

Aanvullende stikstof tijdens de groei Om in de totale benodigde hoeveelheid stikstof te voorzien, wordt die enkele weken na het planten toegediend aan de bovengrond. Vooral bij doordragende rassen moet de stikstof die d.m.v. bemesting wordt toegediend onmiddellijk beschikbaar zijn. De voorkeur gaat in dit geval uit naar stikstofmeststoffen op basis van nitraat (NAC 27 N). Spoorelementen worden in vloeibare vorm toegediend, doorgaans in combinatie met gewasbeschermingsmaatregelen.

Fertigatie: bemesting via irrigatie als alternatief

Aangezien aardbeien gemakkelijk gedehydrateerd geraken en dat aanzienlijk opbrengst- en kwaliteitsverlies veroorzaakt, worden ze heel frequent geïrrigeerd. Bij constante watervoorziening kan via de irrigatie ook een constante voorziening van voedingsstoffen worden aangepast aan de ontwikkeling van de plant. Omdat aardbeien het best gedijen bij een bodemoplossing met een zoutgehalte van 0,4-0,6 mS/cm mag het zoutgehalte van de meststof niet hoger zijn dan 1,25 mS/cm. Door de grond te bedekken met stro of een mulchlaag kan de behoefte aan water worden beperkt, zowel met als zonder irrigatie. IJzer (Fe) en mangaan (Mn) spelen allebei een rol bij de fotosynthese en de eiwitstofwisseling. Boor (B) is belangrijk voor de vruchtbaarheid van het stuifmeel. Deze spoorelementen kunnen met fertigatie worden toegevoegd.