Ik zoek een

meststof

bevattende

nutrient

voor

gewas

Zoeken
  • Bodemtextuur
    humeuze leemgrond die rijk is aan voedingsstoffen, geen stagnerend water
  • Minimum temperatuur
    opbrengstverliezen bij late vorst, vooral in de bloeitijd
  • pH
    optimale pH: 5,5-6,5
  • Waterbehoefte
    min. 400-500 l/m2, om de opbrengst te beschermen en te vergroten bij frequent water geven
  • Vernalisatie
    -
  • Plantdichtheid
    Afhankelijk van vorm, soort en watervoorziening: Voor korte stengel: Afstand tussen de rijen: 3,5-4,5 m Afstand binnen de rijen: 1,8-3,0 m
  • Zaaidiepte
    -
Peer
De commerciële perenteelt is aanzienlijk gewijzigd sinds de jaren 1970. Tot dan domineerden arbeidsintensieve bomen met een grote kruin en een hoge stam. Vandaag worden enkel laagstammige bomen commercieel geteeld en staan er 10-20 keer zoveel bomen op dezelfde oppervlakte als vroeger. De planten zijn laag, zodat alle werk met de hand en zonder ladder kan worden uitgevoerd. Vandaag zijn slechts 10-20 rassen van economisch belang; de teelt is minder intens dan bij de appel.
Hoofdzaken
  • Overschakeling van hoog- naar laagstam sinds de jaren 1970
  • pH-waarde van 5,5--6,5
  • bodembemesting, bladbemesting, fertigatie mogelijk
  • Calcium-bemesting is belangrijk
Algemene informatie
Algemene informatie
Voedingsstoffenbehoefte
Voedingsstoffenbehoefte
Bemesting
Bemesting
Peren: als dessert of voor distillatie
Peren worden doorgaans geconcentreerd geteeld in regio’s met een goed gedraineerde, humusrijke bodem, waar late vorst bij voorkeur zelden voorkomt. Zonnige locaties zijn ideaal, maar hitte en vooral droogte hebben een negatieve invloed op de vruchtvorming en -kwaliteit.

Zowat alle boomgaarden voor commerciële teelt bestaan uit laagstammen. De plantvorm (hoog-, half- of laagstam) wordt bepaald door de onderstam. Ook naargelang van de onderstam zijn er verschillende variëteiten. De zogenaamde enten worden veredeld op de onderstam. De verlaging van de werklast is niet de enige reden waarom de hoogstam uit de commerciële teelt is verdwenen. Een krachtige onderstam die sterk groeit (hoogstam) brengt namelijk ook later vruchten voort.
Peren hebben veel calcium nodig
Om bewaarbare peren te kweken, is het van enorm belang dat de bomen van genoeg calcium (Ca) worden voorzien. Per ha wordt slechts 3 kg Ca opgeslagen en geoogst in het vruchtvlees – vooral in de celwanden van de vruchten – maar zelfs kleine tekorten aan Ca kunnen instabiele celwanden en fysiologische afwijkingen veroorzaken. De basisbemesting met P, K, Mg, Ca en B kan het beste worden toegediend tijdens de rustperiode (november - april), op een sneeuwvrije, vorstvrije grond die niet te nat is. Verder wordt organisch materiaal bij voorkeur toegevoegd aan het begin van het seizoen (maart – april). De hoeveelheid wordt gebaseerd op de geëxporteerde hoeveelheden.
Exporthoeveelheden voor peren

Element

Opname

(Eenheid/ ton productie)

Verwijdering

(Eenheid/ ton productie)

Gevoeligheid voor gebrek

N

1.8

0.8

Erg gevoelig

P2O5

0.8

0.3

Gevoelig

K2O

2.9

1.8

Erg gevoelig

CaO

4.9

0.1

Erg gevoelig

MgO

0.8

0.2

Gevoelig

TE

Boron (B) if required

Microvoedingsstoffen Boor (B) indien nodig In de tabel worden de opname en afgifte per ton perenopbrengst weergegeven. Perenbomen hebben volgens deze gegevens vooral stikstof, kalium en calcium nodig. Voorbeeld: Een perenopbrengst van 50 t/ha neemt 90 kg N/ha op. Als een bepaalde hoeveelheid N uit de bodem wordt opgenomen (bijvoorbeeld 30 kg N/ha), dan moet nog 60 kg N/ha worden toegevoegd d.m.v. bemesting. Bij de oogst zou 40 kg N/ha uit het veld worden afgegeven.
In de voedingsstoffenbehoefte van appelbomen kan worden voorzien door 4 verschillende soorten bemesting:

1. Bemesting op de grond
Mestkorrels worden aangebracht met een meststrooier. Het grote voordeel van deze bemestingstechniek zijn de hoge capaciteit per hectare en het feit dat de technologie overal beschikbaar is.

2. Bemesting van de bomenrijen
N-bemesting in vloeibare vorm is het meest geschikt. De vloeibare meststof wordt opgelost in een tank en kan gericht worden aangebracht met een drukspuit. Op deze manier worden de voedingsstoffen gerichter aan de planten toegediend.

3. Fertigatie
Fertigatie is het toevoegen van meststoffen aan het irrigatiewater m.b.v. geschikte apparatuur. Fertigatie heeft het voordeel dat de voedingsstoffen constant en op een gerichte manier worden toegediend en heel dicht bij de wortelzone terechtkomen. Ook doordat steeds meer boomgaarden worden voorzien van druppelirrigatie is fertigatie aan belang gaan winnen.

4. Bladbemesting
Bij een grote hoeveelheid bloesems of jonge vruchten kan de voedingsstoffenbehoefte groter zijn dan wat de wortels kunnen opnemen. Bepaalde voedingsstoffen kunnen ook door de bladeren worden geabsorbeerd. Het toepassen van bladbemesting is dus geschikt om acute tekorten zo snel mogelijk te compenseren. Mogelijk kunnen de wortels (bij een bepaalde bodemgesteldheid of zekere weersomstandigheden) niet alle nodige voedingsstoffen in de gewenste verhoudingen absorberen. In dat geval heeft het zin om een- of meermaals bladbemesting toe te passen. Voedingsstoffen die niet op een blad terechtkomen, kunnen dan nog steeds via de bodem worden opgenomen

Stikstofbemesting

Calciumbemesting

Magnesium

Stikstofbemesting

Stikstofbemesting wordt in 2-3 dosissen aangebracht na de aanvang van de vegetatie en kort voor de bloei, tot midden/eind juni. De bomen absorberen de stikstof vooral in de vorm van nitraten. Stikstof in nitraatvorm (anion) kan de opname van kationen zoals calcium (Ca++), magnesium (Mg++) en kalium (K+) bevorderen. N-dosissen kunnen specifiek op de bomenrij worden aangebracht en slechts occasioneel in de rijpaden. Groene bomenrijen verlagen het risico dat voedingsstoffen uitspoelen. Wanneer gekozen wordt voor de bomenrij, dient te worden opgemerkt dat de N-meststof niet meer dan een dubbele concentratie mag bevatten; bij P, K en Mg mag de volledige hoeveelheid op de rij worden geconcentreerd. N-bemesting kan uitstekend worden toegediend in vloeibare vorm (met een herbicidespuitbalk of via irrigatie) Nieuwe planten worden bemest in overeenstemming met de structuur van de boom. Tijdens de ontwikkelingsfase worden tot het vierde jaar na het planten hoeveelheden aangebracht die variëren van de halve tot de volledige hoeveelheid bij planten in productie.

Calciumbemesting

Naast basisbemesting wordt deze bemesting toegediend tegen fysiologische afwijkingen zoals stip, vruchtbruin of zacht vruchtvlees enz. met calcium als chloride, oxide of chelaat. Vaak volstaan een of twee behandelingen 5 en 3 weken vóór de oogst. Bij vatbare rassen of een lage vruchtzetting zijn 4-6 behandelingen nodig, ongeveer om de 10 dagen. Calcium is belangrijk voor de sterkte en de groei van de celwanden en moet bijgevolg in voldoende hoeveelheden worden voorzien voor een goede bewaarkwaliteit en houdbaarheid.

Magnesium

Afhankelijk van de groei en opbrengst bedraagt de jaarlijkse export door peren ongeveer 30kg MgO/ha. 2/3 van de deze hoeveelheden zitten in d ebladeren, maar blijven beschikbaar voor later. Een geschikte vorm van bodembemesting met magnesium is het gebruik van dolomiet tijdens het kalken. Perenbomen worden ingedeeld als matig gevoelig voor chloride; de beste vorm van bemesting is met NPK-meststoffen op basis van kaliumsulfaat zonder of met een geringe hoeveelheid chloride.