Ik zoek een

meststof

bevattende

nutrient

voor

gewas

Zoeken
  • Bodemtextuur
    lichte tot middelzware, zeefbare grond
  • Minimum temperatuur
    groei vanaf 8 °C
  • pH
    verdraagt licht zure tot enigszins alkalische bodems; optimale pH: 5,5-7,5
  • Waterbehoefte
    Min. 160l/m2
  • Vernalisatie
    3-4 weken bij 8-12 °C verluchten
  • Plantdichtheid
    Afhankelijk van datum en soort 3-4 knollen/m²
  • Zaaidiepte
    10-12 cm
Zetmeelaardappel
De aardappel (Solanum tuberosum) behoort tot de nachtschadefamilie.
Aardappelen zijn uitzonderlijk goed aangepast aan ons gematigde klimaat. De cultivars verdragen geen vorst en hebben een relatief grote behoefte aan water, die wordt weerspiegeld in de oogsthoeveelheden, afhankelijk van de neerslagverdeling. Bij voldoende regen (>160 l/m²) en een goede verdeling van mei tot en met augustus kan een goede opbrengst van maximaal 50 t/ha (ca. 20 t/a) worden verwacht.
Hoofdzaken
  • Gezonde pootaardappelen en losse bodem
  • voldoende kalium en fosfor in het najaar en vroeg in de lente
  • geschikte stikstofmeststof vóór de vorming van de ruggen
  • rekening houden met de chlooorgevoeligheid: chloorkalibemesting in het najaar of NPK's met een laag chloridegehalte in het voorjaar
Algemene informatie
Algemene informatie
Voedingsstoffenbehoefte
Voedingsstoffenbehoefte
Bemesting
Bemesting
Voor aardappelen is een stabiele watertoevoer cruciaal

Aardappelen behoeven geen speciefiek bodemtype. Ze groeien goed op zowel zanderige als zware gronden. De beste locaties om aardappelen te planten zijn humeuze en losse gronden met voldoende watervasthoudend vermogen. Afhankelijk van het ras en het gebruik (zetmeel-, consumptie- of pootaardappelen) heeft dit gewas een heel groot aanpassingsvermogen.


Omdat ze vroeg in het jaar worden geplant en de grond zo droog mogelijk moet zijn, is eind maart tot midden april het ideale moment om aardappelen te telen. Het plantbed moet heel korrelig en droog zijn tot op een diepte van 10-15 cm. De ideale plantdichtheid bij een rijbreedte van 75 cm en een pootafstand van 40-44 cm in de rij is 30.000-33.000 planten/ha.

Optimale voorziening van voedingsstoffen voor zetmeelaardappelen
Stikstofbemesting staat hoofdzakelijk in voor de opbrengst en heeft ook de grootste invloed op de kwaliteit van de aardappelen. Een hoge stikstofvoorziening bevordert met name de knolgroei. De hoeveelheid stikstofmeststoffen die wordt gebruikt, moet dus worden afgestemd op de zetmeelopbrengst. De eerste dosis stikstof moet worden toegediend voordat de ruggen worden gevormd, waardoor ze goed kan worden opgenomen in de bodem. Aardappelen hebben heel vroeg stikstof nodig om het loof te ontwikkelen. Ongeveer 90% van de geabsorbeerde stikstof is vereist vóór de bloei. Als de stikstof laat wordt toegediend of te laat werkzaam wordt, leidt dat snel tot een daling van het zetmeelgehalte. Na stikstof heeft kalium de grootste invloed op de opbrengst. Het zetmeelgehalte in de knollen wordt rechtstreeks beïnvloed door kaliumbemesting. Naast de hoeveelheid voedingsstoffen speelt ook de vorm van de meststof een belangrijke rol. Aardappelen zijn gevoelig voor chloride. Dat voorkomt dat het zetmeel in de bladeren naar de knollen afzakt. Het mengsel van kaliumsulfaat en -chloride in NPK-meststoffen is in dit geval ideaal. Wanneer (zelfs kleine hoeveelheden) kaliummeststoffen met chloride in het voorjaar worden toegediend, verlagen ze het zetmeelgehalte. Fosfor is in aardappelen een essentieel element bij zowel de knolvorming als de secundaire groei van de knollen. Als energiebron bevordert fosfor de vorming van zetmeel en het transport ervan naar de knollen. Na de bloei hebben aardappelen een aanzienlijke hoeveelheid magnesium nodig. Bladbemesting (met producten van L.A.T SUPREMO) kan een gebrek aan magnesium compenseren wanneer maatregelen worden genomen om de planten te beschermen. Hoeveel voedingsstoffen worden toegediend, hangt af van de hoeveelheid die zal worden opgenomen.
Exporthoeveelheden voor aardappelen

Element

Opname

(Eenheid/ ton productie)

Verwijdering

(Eenheid/ ton productie)

Gevoeligheid voor gebrek

N

4.4

2.8

Erg gevoelig

P2O5

1.1

0.9

Erg gevoelig

K2O

5.9

3.9

Erg gevoelig

MgO

0.5

0.3

Erg gevoelig

SO3

0.7

0.4

Gevoelig

TE

Tot 500 g/ha mangaan (Mn) indien nodig

In de tabel worden de opname en afgifte per ton opbrengst zetmeelaardappelen weergegeven. Een aardappelopbrengst van 50 t/ha neemt 220 kg N/ha op. Als de bodem in een bepaalde hoeveelheid stikstof voorziet (bv. 50 kg N/ha) en de N-voorziening van een vlinderbloemiggewas als tussengewas (bv. 30 kg N/ha) wordt toegevoegd, moet nog 140 kg N/ha d.m.v. bemesting worden aangebracht. Bij de oogst zou 140 kg N/ha uit het veld worden afgegeven.

Net als alle wortelgewassen reageren aardappelen zeer intensief op bemesting met fosfor en kalium. In de regel wordt alle bemesting toegediend voordat de aardappelen worden gepoot. Toedienen voordat de ruggen worden gevormd, ondersteunt ook een homogene menging in de bodem en snelle opname via de wortels.


Opbrengstparameters voor zetmeelaardappelen:

• Zetmeelgehalte van de aardappelen

• oogst in t/hectare.

Eerste toepassing

Tweede toepassing

Eerste toepassing

Basisbemesting vóór het poten Een groot deel van de meststof wordt aangebracht voordat de aardappelen worden gepoot. Het best kan een NPK-meststof worden gebruikt die de totale hoeveelheid fosfor en kalium en een groot deel van de stikstof bevat (geen K-vormen met chloride gebruiken). De stikstof kan met ammonium verrijkt zijn, in de vorm van stikstofzwavel, en als ureum worden toegevoegd, wanneer 100-120 kg/ha stikstof gepast is.

Tweede toepassing

Zetmeelaardappelen hebben voldoende stikstof nodig Twee tot vier weken na het poten of ten laatste tot het 4-8-bladstadium, worden zetmeelaardappelen een tweede maal bemest met zuivere stikstof, aangezien het loof veel sterker moet groeien dan dat van consumptieaardappelen. Afhankelijk van de eerste bemesting moet 50-70 kg N/ha worden toegediend bij de tweede bemesting en moet die snel werkzaam zijn (nitraatstikstof, NAC 27 N). Een late werking verlaagt het zetmeelgehalte!