Ik zoek een

meststof

bevattende

nutrient

voor

gewas

Zoeken
  • Bodemtextuur
    middelzware bodem, zonder stagnerend water
  • Minimum temperatuur
    groei vanaf 8 °C
  • pH
    verdraagt licht zure tot enigszins alkalische bodems; optimale pH: 7,0
  • Waterbehoefte
    Min. 250l/m2
  • Vernalisatie
    -
  • Plantdichtheid
    afhankelijk van datum en variëteit 7 tot 10 korrels/m²
  • Zaaidiepte
    3-6 cm
Maïs - suiker

Korrelmaïs heeft een voorkeur voor een diepe bodem met een goede hoeveelheid voedingsstoffen. Een luchtige bodem bevordert een snelle opwarming van de grond en een goede wortelgroei. Maïsplanten hebben geen penwortel en zijn gebaat bij tussengewassen die de grond losmaken voordat de maïs wordt geteeld.
Als C4-plant heeft maïs relatief weinig water nodig t.o.v. de hoge opbrengst, maar daarvoor heeft hij wel behoefte aan veel warmte en voedingsstoffen.


Dankzij een enorme diversiteit aan rassen kan voor iedere locatie en alle oogstomstandigheden het juiste ras worden gevonden. Het rijpingsgedrag van de verschillende rassen wordt opgegeven in de zogenaamde rijpheidsindex en varieert van ca. FAO 200 tot hoger dan FAO 500.
De oogst van korrelmaïs in de herfst wordt enkel belemmerd door heel natte weersomstandigheden, donker weer of mist.

Hoofdzaken
  • Neem de gevoeligheid voor fosfor-kalium in acht
  • volledige hoeveelheid N kan worden aangebracht vóór de teelt
  • bij het toepassen: bemesten in het 4-bladstadium, late toediening van N vertraagt de rijping
  • ondergrond bemesten bij bodem met weinig voedingsstoffen
Algemene informatie
Algemene informatie
Voedingsstoffenbehoefte
Voedingsstoffenbehoefte
Bemesting
Bemesting
MAÏS: EENVOUDIG GEWASBEHEER

Korrelmaïs wordt gebruikt om zowel diervoeder als zetmeel te produceren. In de zetmeelverwerkingsindustrie is er ook vraag naar speciale kleefmaïs. Verder wordt korrelmaïs ook gebruikt als industriële grondstof voor citroenzuur.
Het teelt van maïs is relatief eenvoudig. Nadat ca 7-10 zaden per m² afzonderlijk zijn gezaaid, wordt een maïsherbicide gebruikt, hetzij een voor-opkomst- of een na-opkomstherbicide, tot aan het 6-bladstadium. Alleen in uitzonderlijke gevallen wordt later in het groeiproces een fungicide of insecticide gebruikt.


Schimmelziekten van voorgaande gewassen worden gemakkelijk overgedragen op maïs. Deze infecties worden na de oogst gedetecteerd in de mycotoxinewaarden van de gewassen. Ze kunnen onder andere worden tegengaan door het stro onder te ploegen, en daarvoor het juiste ras te kiezen. Aangetaste maïs is niet toegestaan in levensmiddelen of diervoeders.

Voor de opbrengst is de juiste maïsmeststof cruciaal
Net als alle wortelgewassen heeft korrelmaïs veel stikstof, fosfaat en kalium nodig. Vaak is er weinig fosfaat beschikbaar voor jonge maïsplanten, vooral bij natte en koude, maar ook bij zeer droge omstandigheden of wanneer de bodem verdicht is. Wanneer ze jong zijn, is het wortelsysteem van de planten nog zwak ontwikkeld. Een fosfaattekort kan een toename van anthocyanen veroorzaken in de bladeren en stengels, die vaak blijkt uit een rode of paarse verkleuring. Kalium regelt bij maïsbemesting de opname van water en de stomata. Het kan ook de korrelvulling regelen. Het merendeel van deze voedingsstof blijft achter in het stro en is dus beschikbaar voor het volgende gewas. Maïs is niet erg gevoelig voor chloride en kalibemesting gebeurt hetzij afzonderlijk en daarna met een NP-meststof, hetzij a.d.h.v. een NPK-meststof vóór het zaaien.
Opname- en exporthoeveelheden voor korrelmaïs

Element

Opname

(Eenheid/ ton productie)

Verwijdering

(Eenheid/ ton productie)

Gevoeligheid voor gebrek

N

22

14.3

Erg gevoelig

P2O5

7

6

Erg gevoelig

K2O

12.9

5.5

Erg gevoelig

MgO

1.8

1.3

Gevoelig

SO3

3

2.3

Gevoelig

TE

Zinc (Zn) from the 6-leaf stage, boron (B) promotes fecundation

Microvoedingsstoffen Zink (Zn) vanaf het 6-bladstadium, boor (B) bevordert de bemesting In de tabel worden de opname en afgifte per ton korrelmaïsopbrengst weergegeven. Korrelmaïs heeft dus vooral nood aan stikstof, fosfor en kalium. Er moet ook voldoende zwavel en magnesium aanwezig zijn. Voorbeeld: Voorbeeld:Een korrelmaïsopbrengst van 12 t/ha neemt 264 kg N/ha op. Als een bepaalde hoeveelheid N uit de bodem wordt geabsorbeerd (bv. 60 kg N/ha) en 40 kg N/ha uit het vlinderbloemig gewas als tussenvrucht, dan moet nog 160 kg N/ha worden toegevoegd d.m.v. bemesting. Bij de oogst zou 171 kg N/ha aan het veld worden onttrokken.
Aanbevelingen voor de juiste maïsmeststof
Bij korrelmaïs moeten de voedingsstoffen in geconcentreerde vorm worden toegediend, vooral tijdens de eerste fase van de gewasontwikkeling, tot aan de bloei. Daarna wordt het grootste deel van de voedingsstoffen slechts herverdeeld binnen in de plant of gebruikt om water te absorberen (kalium).

Het merendeel van de meststoffen wordt toegediend bij de zaai en in het 4-10-bladstadium
De vereiste voedingsstoffen voor korrelmaïs kunnen worden toegediend vóór de teelt en vervolgens tussen het 4- en 10-bladstadium. Fosfor en kalimeststoffen kunnen ook het best vóór of onmiddellijk bij het zaaien worden toegediend.
De bemesting van de ondergrond met een NP-meststof biedt voordelen, vooral op zware gronden, op koude locaties en in bodems met een laag fosfaatgehalte. Terwijl ze nog klein zijn, kunnen de wortels de voedingsstoffen immers direct uit de bemeste strook opnemen. Tijdelijke fosfaattekorten tijdens de vroege ontwikkeling kunnen heel goed worden weggewerkt d.m.v. vloeibare meststoffen of in water oplosbare voedingszouten met een hoog P-gehalte.
Bij korrelmaïs kan worden gekalkt voordat de maïs ingezaaid wordt of in de herfst. De maximumhoeveelheid CaO hoort 1,500 kg/ha te bedragen – bij voorkeur in de vorm van calciumcarbonaat, om het boor niet te immobiliseren – en mag niet worden overschreden.

Opbrengstparameters voor korrelmaïs:
• aantal planten/m²;
• aantal korrels in de kolf;
• duizendkorrelgewicht.
De opbrengstvorming is het resultaat van een optimale verdeling van ca. 8-9 planten per m² en bijgevolg een sterke, gezonde kolf.

Eerste toepassing

Tweede toepassing

Eerste toepassing

Eerste keer toedienen vóór de teelt of bij inzaai Korrelmaïs heeft voedingsstoffen nodig aan het begin van de groei. Bemesting vóór inzaai en verwerking in de bodem is daarom ideaal. 1/3 tot 1/2 van de vereiste hoeveelheid N kan worden toegediend met een geschikte NPK-meststof. De voedingsstoffen kunnen echter ook afzonderlijk worden toegediend (voornamelijk stikstof en kalium vóór de inzaai en fosfaat d.m.v. een NP-meststof in de wortelzone). Als de stikstof in de vorm van ureum wordt toegediend, is de inwerking daarvan in de grond essentieel om te voorkomen dat stikstof in gasvorm ontsnapt. N-bemesting bij maïs wordt, afhankelijk van de latere voorziening door de bodem, gebaseerd op de opname, die ong. 160-180 kg N/ha bedraagt. Het is belangrijk dat de voornaamste voedingsstoffen in water oplosbaar zijn: vanaf het 6-bladstadium begint de dagelijkse drogestofproductie, waardoor grote hoeveelheden voedingsstoffen – meerdere kg/ha per dag – worden geabsorbeerd.

Tweede toepassing

Belangrijkste bemesting tussen 4- en 10-bladstadium Wanneer een hoge opbrengst wordt verwacht, en er dus behoefte is aan meer N, of om bij lichte grond uitspoeling te voorkomen, wordt de N-bemesting in 2 beurten toegdiend. 1/2 tot 2/3 van de totale hoeveelheid stikstof moet worden toegevoegd als snelwerkende nitraatstikstof tussen het 4- en 10-bladstadium, in het ideale geval rond het 6-8-bladstadium. Daarna levert bemesting geen voordelen op voor de opbrengst, maar wel het risico op bladverbranding en late rijping.