Ik zoek een

meststof

bevattende

nutrient

voor

gewas

Zoeken
  • Bodemtextuur
    middelzware bodem, zonder stagnerend water, droge teelt
  • Minimum temperatuur
    6°C
  • pH
    verdraagt licht zure tot enigszins alkalische bodems; optimale pH: 7,0
  • Waterbehoefte
    240mm
  • Vernalisatie
    -
  • Plantdichtheid
    Afhankelijk van datum en soort 300-400 korrels/m²
  • Zaaidiepte
    2-4 cm
Zomergerst
Zomergerst heeft een voorkeur voor middelzware kleigronden zonder structurele schade die voldoende voedingsstoffen en water kunnen voorzien in het voorjaar. Op lichtere gronden moeten een gepaste voedingsstoffenvoorziening en regelmatige watertoevoer worden gegarandeerd. Zomergerst benut water echter heel efficiënt en kan zelfs in droge teeltgebieden een opbrengst opleveren die navenant is. In het bijzonder zijn zowel teeltmethoden en aangepaste rassen, die water besparen gegeerd. Doordat zomergerst dagneutraal is, is de tijd van de gerstteelt niet van groot belang voor de groei. Door het korte groeiseizoen en de relatief lage totale warmte (1.200 °C) die nodig is voor rijping, kan zomergerst ook in aanmerking komen voor hogergelegen en suboptimale landbouwlocaties. Zomergerst levert de beste opbrengst op en een goede bodem met een neutrale pH. Verzuring en een kalktekort in de bodem verlagen de opbrengst, net als natte teeltomstandigheden.
Hoofdzaken
  • Bemesting van brouwgerst in één dosis NPK
  • opsplitsing van N bij productie van voedergerst en wanneer hoge opbrengst wordt verwacht
  • fosforvoorziening verzekeren tijdens het uitlopen
  • bekalking is cruciaal bij bodem met lage pH
Algemene informatie
Algemene informatie
Vraag naar voedingsstoffen
Vraag naar voedingsstoffen
Bemesting
Bemesting
-
Bij het gebruik van zomergerst wordt een onderscheid gemaakt tussen voedergerst en brouwgerst. Daarvan verschilt de voedingsstoffenbehoefte onderling en dus ook de bemesting van de gerst. Terwijl voor voedergerst volle korrels en een hoog eiwitgehalte van belang zijn, zijn een zo laag mogelijk eiwitgehalte en een uitstekende kiemkracht bij brouwgerst gewenst voor het moutproces. Afhankelijk van de intensiteit van bemesting, hoort de nodige stabiliteit van de rassen te worden gewaarborgd. Passende beschermingsmaatregelen voor de planten zijn essentieel voor een hoge opbrengst.
Voedingsstoffenbehoefte
N-bemesting van gerst is van het allergrootste belang. Zomergerst heeft de juiste hoeveelheid stikstof nodig voor zijn vegetatieve ontwikkeling. Vanwege de bijzonder snelle ontwikkeling in het voorjaar in vergelijking met wintergranen moeten alle noodzakelijke voedingsstoffen in een korte tijdspanne beschikbaar zijn. Voedingsstoffen in complexe meststoffen die snel oplossen en toediening vlak voor de teelt zijn succesvol gebleken. Fosfaat beïnvloedt het uitlopen en is van groot belang voor de opbrengst doordat het een optimale dichtheid van de gewassen oplevert (doel: halmen met 550-800 aren). Onder droge teeltomstandigheden en op lichte gronden moet al tijdens het uitlopen voldoende mangaan worden voorzien. Zomergerst is onder deze omstandigheden bijzonder gevoelig. Een optimale voorziening van kalk moet worden verzekerd voor een goede bodemstructuur en een bodemreactie die zo neutraal mogelijk is, zonder verzuring. Indien mogelijk dient in de vruchtwisseling vóór de zomergerst te worden gekalkt.
Opname- en onttrekkingshoeveelheden zomergerst

Element

Opname

(Eenheid/ ton productie)

Verwijdering

(Eenheid/ ton productie)

Gevoeligheid voor gebrek

N

18

15

Erg gevoelig

P2O5

7

6.5

Erg gevoelig

K2O

12

5.5

Erg gevoelig

MgO

1.6

1.3

Gevoelig

SO3

3.5

2.9

Gevoelig

TE

Manganese: 400-500g/ha

Spoorelementen Mangaan: 400-500 g/ha In de tabel worden de opname en afgifte per ton opbrengst zomergerst weergegeven. Voor zomergerst zijn daarom hoofdzakelijk meststoffen met een stikstof-, fosfor- en kaliumgehalte vereist. Ook zwavel, magnesium en vooral mangaan zijn echter van belang voor een goede ontwikkeling. Voorbeeld: Een opbrengst zomergerst van 6 t/ha neemt 108 kg N/ha op. Als een zekere hoeveelheid stikstof uit de bodem wordt gehaald (bv. 30 kg N/ha), moet nog 80 kg N/ha d.m.v. bemesting worden voorzien. Bij de oogst zal 90 kg N/ha aan het veld worden onttrokken.
De bemesting van zomergerst is afhankelijk van de toepassing
Zomergerst heeft nood aan geconcentreerde voedingsstoffen totdat de vorming van de aren begint. Bij de teelt van brouwgerst moeten bovenal de korrels goed ontwikkeld zijn, maar moet het eiwitgehalte laag blijven.

Totale bemesting van brouwgerst vóór de teelt
De totale hoeveelheid stikstof voor zomerbrouwgerst kan worden toegediend vóór de teelt. De behoefte aan voedingsstoffen is vooral groot in de eerste fase van de groei, dus komt een opsplitsing van de dosis enkel in aanmerking als een zeer grote opbrengst wordt verwacht. Fosfor- en kalimeststoffen worden ofwel direct toegediend bij de teelt d.m.v. NPK-meststoffen, mogelijk reeds als bemesting in het najaar, of in het vroege voorjaar.

Ter voorbereiding hoort de bodem te worden gekalkt vóór de zomergerst, in het najaar, of ten laatste in het voorjaar. Een hoeveelheid van 1.000 kg/ha CaO – bij voorkeur in de vorm van calciumcarbonaat om zoveel mogelijk zuren te neutraliseren – kan worden beschouwd als een referentiewaarde.

Opbrengstparameters voor zomergerst:

• aantal planten/m²;
• aantal halmen met aren
• aantal korrels/aar
• duizendkorrelgewicht.

Een goede opbrengst is het resultaat van een harmonieus samenspel tussen een goede opkomst in het veld, optimaal uitlopen en goed ontwikkelde aren. De opkomst wordt hoofdzakelijk beïnvloed door een droge dn vlekkeloze teelt. Door het korte groeiseizoen moet het uitlopen snel verlopen: tijdens dit stadium moet genoeg fosfaat ter beschikking van de planten zijn. Effectieve stikstof in de vorm van nitraat is noodzakelijk voor vegetatieve groei en de ontwikkeling van de aren. Traag werkende stikstofvormen (ureum, ammoniumgestabiliseerde N-meststoffen) verhinderen flexibel gewasbeheer.

Eerste toepassing

Tweede toepassing

Eerste toepassing

Brouwgerst: enkele dosis met de totale vereiste hoeveelheid voedingsstoffen vóór de teelt Bij brouwgerst moeten de voedingsstoffen geconcentreerd worden toegediend aan het begin van de ontwikkeling. Bemesting vóór de inzaai is dan ook succesvol gebleken. De totale hoeveelheid voedingsstoffen kan in één dosis worden toegediend. De benodigde hoeveelheid stikstof hangt af van de hoeveelheid waarin de bodemreserve en de onttrekking door de gerst; dit komt overeen met ongeveer 80 kg N/ha. Door een bemesting met NPK-meststof worden alle voornaamste voedingsstoffen direct ter beschikking gesteld aan het begin van de vegetatie. Eventuele tekorten aan voedingsstoffen in deze korte groeiperiode van maart tot juni veroorzaken een aanzienlijk opbrengstverlies. Bij droogte verzekert 2 l/ha mangaansulfaat of mangaannitraat in vloeibare vorm het opbrengstpotentieel tijdens het uitlopen.

Tweede toepassing

Voedergerst: aanvullende dosis stikstof aan het einde van het uitlopen Voor goed ontwikkelde voedergerst of brouwgerst waarvan een bijzonder hoge opbrengst wordt verwacht, is aanvullende bemesting met snelwerkende N (30-40 kg N/ha) nodig aan het einde van het uitlopen. Deze dosis vult de aren, maar een overdosis leidt tot een hoog eiwitgehalte – wat gewenst is voor voedergerst, maar niet voor brouwgerst. De regel luidt als volgt: voor voedergerst wordt 2/3 van de hoeveelheid toegediend met de eerste dosis en 1/3 van de voedingsstoffen met de tweede.