Ik zoek een

meststof

bevattende

nutrient

voor

gewas

Zoeken

… in de juiste dosering

Bemesting is erop gericht om een optimale voeding te bieden aan gewassen in alle fases van hun levenscyclus, om doelstellingen inzake rendement en kwaliteit te halen. Door regelmatig meststoffen aan te brengen, blijft bovendien de bodemvruchtbaarheid behouden. Het aanbrengen van de juiste dosis is essentieel voor een efficiënt meststoffengebruik, en daardoor voor een economisch duurzame productie.

Het aanbrengen van te weinig of te veel meststof is niet gewenst; dat kan het rendement verminderen, de kwaliteit in het gedrang brengen en een negatief effect hebben op de marge van de landbouwer.

De juiste dosis is een belangrijke pijler van geïntegreerde bemesting, die mogelijk is dankzij het gamma van Borealis L.A.T. Onze formuleringen zijn rijk aan rechtstreeks assimileerbare voedingsstoffen; wanneer ze worden gecombineerd met het gebruik van onze landbouwinstrumenten om de juiste dosis te vinden, garanderen ze een maximale efficiëntie voor de landbouwer.

De juiste dosis kiezen
De juiste dosis kiezen
Vervluchtiging voorkomen
Vervluchtiging voorkomen
Redeneringsmethode voor N & S
Redeneringsmethode voor N & S
Redeneringsmethode voor P & K
Redeneringsmethode voor P & K
NIET ALLE VORMEN VAN STIKSTOF ZIJN GELIJK 

Vervluchtiging kan voorkomen bij alle meststoffen met een aanzienlijk aandeel van ureum- en ammoniakstikstof. Ureum- en stikstofoplossing zijn dus erg gevoelig voor ammoniakvervluchtiging. De hoeveelheid stikstof die ontsnapt in de lucht is verloren voor plantenvoeding!

Meststoffen die rijk zijn aan nitrische stikstof, zoals die van Borealis L.A.T, vervluchtigen niet. Daarom zijn ze efficiënter: de aangebrachte eenheden zijn exclusief beschikbaar voor de plant, zonder verspilling!

Het potentiële verlies door ammoniakvervluchtiging is aanzienlijk:

  • EMEP-bron toevoegen met stikstofoplossing gaat 8% van de aangebrachte stikstof potentieel verloren door ammoniakvervluchtiging;
  • met ureum gaat 12% van de aangebrachte stikstof potentieel verloren door ammoniakvervluchtiging.

Ammoniakvervluchtiging is problematisch op milieutechnisch (luchtverzuring) en commercieel (minder eenheden N geven lagere opbrengst) vlak. Dat fenomeen verklaart het verschil in landbouwkundige efficiëntie tussen meststoffen.

ECONOMISCHE IMPACT
Het is al geruime tijd bekend dat verliezen wegens ammoniakvervluchtiging tijdens de toepassing van minerale of organische meststof een belangrijke reden zijn voor verminderde doeltreffendheid van meststoffen. Vervluchtigde stikstof draagt niet bij tot de plantenvoeding en leidt daardoor tot rendementsverliezen, die voor rekening zijn van landbouwers. Aangezien de hoeveelheid stikstof die verloren gaat door vervluchtiging niet kan worden berekend, hebben telers de neiging om overmatige dosissen stikstofoplossing en ureum aan te brengen om het verlies te compenseren. Deze systematische praktijk van het verhogen van dosissen leidt tot chronische overbemesting, wat de marges verkleint en het milieu aantast.
EEN MILIEUPROBLEEM

Het verlagen van de ammoniakemissies is een vereiste om het milieu en de menselijke gezondheid te beschermen. Nadat het is afgezet, draagt ammoniak bij tot de verzuring van de bodem, wat leidt tot een verlies van biodiversiteit en eutrofiëring. Het is ook betrokken bij de vorming van stof, dat de luchtkwaliteit verslechtert en een impact heeft op onze gezondheid. 96% van de NH3-emissies in Frankrijk zijn toe te schrijven aan de landbouw, waarvan 76% te wijten is aan het beheer van dierlijke mest en 20% aan de toepassing van minerale meststoffen.

Kiezen voor een meststof met een laag vervluchtigingspotentieel biedt de garantie van efficiëntie en exacte dosering.

HET FENOMEEN AMMONIAKVERVLUCHTIGING BEGRIJPEN
Ammoniakvervluchtiging is het proces waarbij NH4+ wordt omgezet in zijn gasachtige vorm NH3 en wordt vrijgegeven in de atmosfeer. Het gebeurt aan het bodemoppervlak, op basis van een bron van ammoniakstikstof: ureummeststof (ureum, stikstofoplossing) of dierlijke mest:  Stikstofverlies door ammoniakvervluchtiging hangt nauw samen met de bodemomstandigheden (pH, uitwisselingscapaciteit enz.) en de plaatselijke weersomstandigheden (neerslag, temperatuur, windsnelheid, vochtigheidsgraad van de atmosfeer, enz.). De chemische vorm van de minerale meststof (rijk aan ureumstikstof en ammoniakstikstof) en de vorm ervan (vloeibaar of vast) zijn belangrijke parameters die ammoniakvervluchtiging bepalen.
ER ZIJN VIER FYSISCH-CHEMISCHE FENOMENEN BIJ BETROKKEN
  1. Toename van het ammoniakgehalte op het veld Vervluchtiging hangt af van de hoeveelheid stikstof in de meststof, dat aanwezig kan zijn in de vorm van ammoniak.
  2. Overdracht tussen bodemlagen Overdracht tussen bodemlagen verminderen de beschikbaarheid van ammoniakstikstof aan het oppervlak. Daarom beperkt elke factor die de infiltratie van stikstof verbetert de vervluchtiging (bijv. inwerking van meststof in de bodem).
  3. Fysisch-chemisch evenwicht Het evenwicht tussen de verschillende types (ammoniakion-ammonium) en vormen (geadsorbeerd, oplossing, gasvormig) bepaalt het aandeel van ammoniakstikstof in de vorm van gasvormige ammoniak. Het evenwicht wordt geregeld door de pH, de temperatuur en de kationenomwisselingscapaciteit (CEC).
  4. Overdracht in de atmosfeer Overdracht in de atmosfeer hangt in grote mate af van de windsnelheid, maar alle weersomstandigheden en de toestand aan het oppervlak zijn betrokken bij dat mechanisme

Een geïntegreerd gebruik van voedingsstoffen houdt rekening met de bijzonderheden van de cyclus van deze voedingsstoffen.

Stikstof en zwavel, die in hun minerale toestand mobiel zijn in de bodem, worden geïntegreerd gedurende (een gedeelte van) de cyclus van een gewas. De beslissing om spoorelementen toe te dienen, hangt af van het gewas.

REDENERINGSMETHODE STIKSTOF
Een aangepaste bemesting schept een evenwicht tussen de stikstofbehoefte van het gewas aan de ene kant en de stikstoftoevoer aan de andere kant: toevoer vanuit de bodem, stikstof geleverd door minerale meststoffen en dierlijke mest. Traditioneel wordt het beeld van een weegschaal gebruikt. Als de toevoer kleiner is dan de behoefte van het gewas, dan wordt het beoogde rendement niet bereikt, en wordt de brutomarge voor de landbouwer beperkt.
De behoeften van de plant hangen af van de soort, de variëteit en het beoogde rendement. Ze hangen samen met het beoogde biomassaniveau, dat het economisch resultaat van het gewas bepaalt. De berekeningsmethode is voorlopig, net voordat het gewas de fase ingaat van intense absorptie (op het einde van de winter voor tarwe), op basis van hypotheses over de verwachte productie van het perceel en de dynamiek van de stikstofvoorziening door de bodem. Om de berekening relevanter te maken, moet het stikstofrestant (hoeveelheid minerale stikstof die reeds beschikbaar is op het einde van de winter) worden gemeten.
REDENERINGSMETHODE ZWAVEL
De voorbije 25 jaar is de hoeveelheid atmosferische neerslag van SO2 afkomstig van de industrie zes keer kleiner geworden en ze blijft dalen. Het cruciale moment is het einde van de winter, wanneer de bodem sulfaat zou moeten leveren die rechtstreeks kan worden geassimileerd, maar lage mineralisatie in februari/maart verlaat de toevoer van assimileerbaar zwavel; hetzelfde gebeurt met stikstof. Zwavel is bovendien erg mobiel in de bodem en gevoelig voor uitspoelen tijdens regenval in de winter. Onvoldoende beschikbaarheid van zwavel kan leiden tot een aanzienlijk rendementsverlies. Daarom moet op het einde van de winter steeds een vaste hoeveelheid worden aangebracht. De toepassing van zwavel op het einde van de cyclus beïnvloedt ook de kwaliteit van granen, doordat het de eiwitkwaliteit verbetert.

Bij fosfor en kalium is bemesting geïntegreerd over een langere periode, op basis van gewasrotatie. De methode voor PK-bemesting is gebaseerd op vier criteria:

  • vereist niveau van het gewas;
  • PK-gehalte in de grond;
  • bemestingsgeschiedenis; teruggave van restant.

Hieronder vindt u de vereiste niveaus en exporten per gewas